zondag 15 januari 2017

Today's Review: Brimstone




Het duurde zeven jaar en bleek een project vol tegenslagen, maar Martin Koolhovens passieproject Brimstone is er eindelijk van gekomen. De moeizame totstandkoming was haast net zo'n hel als het Bijbelse equivalent waarnaar de film veelvuldig verwijst. Het moet gezegd worden, Brimstone is een indrukwekkende film, maar doet slechts sporadisch denken aan het westerngenre waaraan Koolhoven dikwijls zijn liefde verklaarde. De western zoals de meesten die kennen is hier amper aan de orde, maar blijkt verdraaid en zelfs geperverteerd tot een shockerende belevenis die meer wegheeft van een volbloed horrorfilm - met een intrigerend Nederlandse invalshoek - slechts gesitueerd in de 'Old West'. Het is juist die groteske draai aan een overbekend genre dat Brimstone tot een verrassend eindproduct maakt, hoewel niet iedereen Koolhoven die originaliteit in dank zal afnemen.

"Ik zal je vertellen over de hel. Je hebt je vast afgevraagd hoe het er moet zijn. Het is veel erger." Aldus spreekt de sinistere prediker, vers aangekomen in een strenggelovig pioniersgehucht, zijn parochie toe. De jonge moeder Liz zit in de zaal en kent de hel die deze man met zich meebrengt. Want hij is een niet aflatende Geest der Wrake die haar al haar hele leven achtervolgt, vastberaden haar te straffen voor haar zonden. Algauw stort haar vreedzame leven in en dreigt ze al haar familie aan de maniakale man Gods te verliezen. Koolhoven vertelt de strijd tussen de onderdrukte Liz en de onderdrukkende dominee in een viertal hoofdstukken, waarbij hij opent in het heden ('Openbaringen'), vervolgens twee maal in het verleden graaft ('Exodus' en 'Genesis') alvorens het conflict in het laatste hoofdstuk ('Vergelding') tot een grimmig einde komt. Tussendoor trekt hij een beerput van gruweldaden en vrouwenhaat open, die de kijker tweeënhalf uur murw slaat. Het voelt soms exploitatief, maar het is Koolhoven niet te doen om het expliciete (naar!) of suggestieve (nog naarder!) geweld. Brimstone is een strijd om het bestaan, zoals in zoveel westerns, zij het vanuit een vrouwelijk perspectief, in een verstikkende wereld waarin het ene geslacht heer en meester over het andere is. Met dank aan het vanuit Nederland geëxporteerde orthodoxe calvinisme.


Uit het relaas van Liz blijkt dat religie al haar hele leven een vrijbrief is voor haar fysieke en geestelijke onderdrukking. Ze werd geboren in een gemeenschap van naar het westen geëmigreerde Hollanders, die in hun religieuze waanzin meenden Gods uitverkoren gemeenschap te zijn. Dat gold alleen voor de mannen, want de vrouwen mocht al het kwaad aangedaan worden dat de Bijbel opsomt. Liz' moeder was weinig meer dan de slavin van de dominee en werd met een luguber ijzeren gezichtsmasker gestraft voor het verkondigen van een eigen mening. Liz nam op jonge leeftijd de benen om te eindigen in een hoerenkast, waar ze desondanks meer geluk vond dan in haar ouderlijk huis. Een tweede ontsnapping aan de prediker kostte haar haar tong. Nu moet ze opnieuw de strijd met hem aangaan om niet alleen zichzelf maar ook haar dochtertje van diens kwaad te bevrijden. Een jonge vrouw op de vlucht voor een haast onkwetsbare, demonische priester roept bovenal het gevoel van een horrorplot op. Het vele bloedvergieten lijkt dat te onderstrepen, maar voor Koolhoven is dit slechts een uitvloeisel van de bikkelharde worsteling om te overleven in het wilde westen. Geweld is daar altijd een essentieel onderdeel van geweest.

Wie op zoek gaat naar typische westernelementen zal ze zeker vinden. Weidse woestijnlandschappen, joviale hoeren en pistoolduellen zijn alle aanwezig, maar meer op de achtergrond dan verwacht. En bovendien vaak vervormd. De mysterieuze gunslinger is hier bijvoorbeeld geen nobele revolverheld die het onschuldige meisje zal redden. Koolhoven kent zijn westerns, maar citeert opvallend spaarzaam uit het genre. Het is hem niet om een hommage te doen, maar om het aanbrengen van een eigen draai. Die vond hij in dit Nederlands getinte verhaal over Amerika's religieuze wortels. Niet geheel verwonderlijk had het buitenland wat moeite met de overdadige seks- en geweldscènes, waardoor de film maar met moeite financiering kon vinden. Weinig studio's durfden hier hun vingers aan te branden. Het is echter die unieke kruising die de film zijn intrigerende meerwaarde geeft.



Gelukkig gaan de acteurs helemaal mee in Koolhovens tegendraadsheid. Dakota Fanning schudt effectief haar tienerimago van zich af om volwassen te worden als actrice in de rol van mannetjesputter Liz die weigert zich de mond te laten snoeren. Kit Harington zet zijn vetste Amerikaanse accent op als schimmige outlaw. Het is echter Guy Pearce die de meeste indruk achterlaat als de angstaanjagende fanaat, die mét Nederlands accent onheilspellende Bijbelcitaten prevelt. Koolhovens afdelingshoofden, allen Nederlanders, staan garant voor een stijlvolle aankleding en beeldschone cameravoering, wat het tekort aan westernlandschappen ruimschoots compenseert. Als zelfbenoemde western zal de film desondanks verkeerde verwachtingen scheppen en de gruwelen zullen velen niet kunnen behagen, maar Koolhovens Brimstone is beslist een waardevolle Hollandse toevoeging aan een beproefd Amerikaans filmgenre.

woensdag 11 januari 2017

Jurassic Park 2009/3D: Dino Showdown: Allosaurus Assault


Year of release: 2013

Accessories:
-Dino Damage wound patch
-Ash Skullstriker figure
-Bow and arrow
-Sword holder with two swords
-Gun


Description: this bipedal carnivore takes on a neutral posture, but this can be remedied since it sports a score of points of articulation not seen before on a JP dinosaur figure. For starters, there is the attack option: moving its right arm up and down causes the neck to swivel left and right (which can also be done without pushing the arm). Furthermore, the lower jaw and head itself can be posed downward, while the head can also swivel left and right. The arms can move up and down and rotate in a full circle thanks to ball joints. The legs can move back and forth, as can the feet: the latter too can rotate thanks to ball joints. On the right flank, a dino damage skin patch can be applied (or removed, depending on where you started): beneath it is found dark red muscle tissue and white ribs. To differentiate this Allosaurus from similar looking big carnivores like T-Rex, it is adorned with typical Allosaur traits: ridges are found above the eyes and nose, a line of feather like appendages runs over the back of the head and neck, and the back and the front half of the tail and various small horny nobs are found on its back. Such features give a rather rugged, savage look to this particular predator.
This theropod sports a fairly colourful paint job. The dominant colour is blue, which can be found anywhere except on the top of the back and head and on its underside (lower part of the belly and tail, throat, hind parts of the arms, legs and feet) which are coloured beige instead. The top of the head and the facial ridges and various protrusions on the neck and back are covered brownish orange, while the spikes on the back are also blue. On the neck, back and front section of the tail, darker orange shapes are found in a symmetrical pattern with smaller white spots and stripes in their center. The front part of the feet sports the same dark orange colouring. Claws on both fingers and toes are painted black. The small eyes are red with yellow irises and black pupils. The creature has white teeth and a dark pink tongue, while a large white JP logo can be spotted on its right upper leg.
Pitted against this Allosaurus is a human character named Ash Skullstriker. This muscular character too stands in a neutral pose but is fully poseable considering the ball jointed arms and legs and the extra articulation provided by the upper torso, head, knees and elbows, as well as rotatable hands and feet. Ash wears dark green pants, a black shirt and black boots and gloves. The pants sport an empty gun holster on the right leg and a big pocket on the left. This guy wears a brown vest around his torso covered with various pockets and even a grenade on the front: the vest appears to be removable, but is attached tighter than it seems, so removing it might damage it or the figure. Ash has dark grey hair and a goatee and eye brows in the same colour, while his white eyes carry black pupils. To top it all, he sports a black tattoo of an Allosaurus skull and two arrows underneath on his lower left arm.
Ash comes with numerous weapons to defend himself against the Allosaurus. He has a black bow and arrow (attached to one another, so no separate arrow that can be fired) a small black gun that can fit in the aforementioned holster, and a brown pouch that carries a black double sword holder, with a pin on it that can be attached to Ash via the hole in his back. Two swords complete his arsenal, both silvery grey with black handles, a long one and a shorter one.


Analysis: we had to wait for good new sculpts for over a decade, but our patience was finally rewarded when the Dino Showdown packs hit TRU stores in 2013. The Allosaurus Assault was one of this pair, and by far the coolest set released by Hasbro since 2001! Prime attractor in this set is the medium sized Allosaurus, a ferocious looking predator with a number of poseable body parts not seen on any JP figure before, making it a definite break in style with the past and a good sign for future releases to come. However, the new is mixed with the old as indicated by the triumphant return of the age old removable dino damage wound! Fans had been clamouring for this particular action feature for many years – mainly because of Hasbro's fervorous fondness of having their dinosaur figures display large wounds that could not be covered up – and it appeared somebody was listening. The piece fits perfectly on the figure's flanks and sticks on pretty solidly, despite not being embedded into soft 'real feel' skin as on the classic Kenner figures, since this theropod is made mostly out of hard plastic instead. Apart from taking wounds the Allosaurus also can give them to antagonists with his head thrashing action, which also is not a new feature. It works less impressively, making the head and neck swivel a little left and right when the right arm is pulled. It looks better if the animal has prey between his jaws, in which case it appears to violently swing its victim around.
Ash could sure fill the part of that victim. Like his prehistoric adversary, he is fully poseable and looks quite butch, definitely not someone to mess around with. However, his weapons carry no action features to back this up, they're mere accessories. They will not help him if the Allosaurus decides to make a snack out of him, grabbing hold of his body with its vicious jaws which can open surprisingly wide. Despite his tough appearance - and funky tattoo!- Ash really doesn't stand a chance against the creature, ready to have his own skull struck, but at least he looks cool when fully armed, reminiscent more of a G.I. Joe soldier than a JP figure, but that's no problem since dinosaurs don't really care much about aesthetic qualities in their food.
Overall, this is a terrific new dinosaur figure, almost redeeming Hasbro for its lack of care over the last decade where the JP franchise is concerned. It looks cool, moves cool and bleeds cool. Like many recent Hasbro figures it has a colourful paintjob but not as ridiculous or excessive as on the JP 2009 repaints. Still, the white/beige could have been toned down a bit, but it's a minor complaint considering we got such a great new figure at all. Hopefully, Hasbro will continue travelling down the road they started with this Allosaurus (and its herbivorous counterpart, the Pachyrhinosaurus) and deliver similarly awesome dinosaurs instead of once again resorting to needless repainting.

Playability: excellent. As stated before, the number of points of articulation on this dinosaur is greater than on any of its predecessors, making it one of the most poseable JP dinosaur figures to date. Especially nifty is the poseability of the head and lower jaw. Its head thrashing option by comparison is rather dull and uninspired, but works fine enough despite being connected to the right arm. The removable dino damage piece is a grand action feature as always. The only real downside to the Allosaurus is an issue of balance: it has an unfortunate tendency to tip over unless standing quite upright. It's also prone to paint wear: rough play will definitely not make this animal look more handsome. Its human companion Ash is also more poseable than any human figure before. However, his accessories sport no action features of their own other than being able to attach themselves to their owner. Too bad, Ash could have used a bow that can actually fire arrows to defend himself from the Allosaurus' eager teeth.

Realism: pretty good actually. Of course no Allosaurus has yet been seen in a JP movie, and so it's not based on anything directly, but this release is a definite step-up from the only other Allosaurus from JP toy history, the one from the TLWS1 Medical Center set. It's roughly the same size, but sleeker, more bird like in design. It's definitely one of the more scientifically accurate JP toys yet released, representing a rather up-to-date look of this late Jurassic hunter. The typical Allosaur facial ridges are present, while the appendages on the neck and back are added to make it look more dastardly. Its size compared to the human figure it comes with is fairly close to the real deal. Overall, dinosaur toy fans may be reminded of the Papo Allosaurus, which could very well have been a genuine inspiration for this particular action figure.

Repaint: no. For the first time in many years in the history of JP toys, this is an all-new set of figures.

Overall rating: 9/10. An excellent new entry into JP toys lore and at the time a grand promise for the future, this Allosaurus is one of the best dinosaur figures released by Hasbro ever. It looks fabulous and quite accurate and is very poseable. Its action feature (and the lack of action features from Skullstriker's accessories) isn't particularly appealing, but the removable dino damage wound patch and overall design of the beastie make up for it in spades. This set was only released at Toys'R'Us in North America and as such can prove hard to find for enthusiasts in other territories, especially a couple of years down the road. However, it's well worth tracking down.

zaterdag 7 januari 2017

5 films om naar uit te kijken in 2018

Nu dat ik mijn gebruikelijke oudejaarslijstjes voor 2016 heb gepost, krijg ik van alle kanten de vraag opgedrongen naar welke releases ik het meest uitkijk in 2017. Daar kan ik natuurlijk een antwoord op geven, wat ik ook een paar keer gedaan heb. Of ik kan de vraag vanaf nu lekker negeren en niet aan de verwachtingen voldoen, door een lijstje te maken van films in 2018 waar ik reikhalzend naar uitkijk. Hierbij doe ik het laatste. Wat ook een beetje dom is natuurlijk, want de vraag voor 2017 blijft zo bestaan. Ach, een beetje vooruit werken kan geen kwaad...



Han Solo Star Wars spin-off

Met Rogue One als mijn onbetwiste nummer één van 2016 ligt de Han Solo-solofilm (wat bekt dat toch lekker!) voor de hand. Tuurlijk heb ik hier zin in. Han Solo is de ultieme schavuit van het witte doek. Hoe vaak zagen we charme en moed enerzijds en hebzucht en hartenleed anderzijds zo treffend verenigd in één personage? En je krijgt er altijd gratis een wandelend vloerkleed getooid met een ammunitiegordel bij. What's not to like? Nou, nieuwe acteurs die die iconische rollen spelen bijvoorbeeld. Harrison Ford doe je niet zo maar dunnetjes over. Dat is ook het bezwaar dat ik heb tegen prequels/re-imaginings/spin-offs gecentreerd rond personen in plaats van gebeurtenissen. Je bent afhankelijk van personages die je al kent maar die zowel herbevestigd als heruitgevonden moeten worden, en dat is een gevaarlijke zaak. Willen we überhaupt wel meer van hun achtergrond weten, neemt dat niet weg van hun mystiek? Bad Han Begins? Han Solo's ontstaansrelaas boeit me eerlijk gezegd minder dan de geschiedenis rond de eerste missie van de Rebel Alliance, een stukje historie waarvan we de afloop al kennen, maar waarvan we verder amper iets afwisten. Bleek Rogue One toch goed voor een hoop intrigerende nieuwe personages, alsmede voor optredens van oude in kleine rollen die onze harten deden smelten van nostalgisch wederzien. Het valt te bezien of de nog titelloze avonturen van Young Han Solo even aangrijpend blijken.



 
Avengers: Infinity War

Die andere grote actie-franchise onder Disney's paraplu, het Marvel Cinematic Universe, kijkt juist vooruit, naar de toekomst. Ook hier tig oude personages (en legio nieuwe), maar in nieuwe situaties. 'Tig' behelst in dit geval volgens Marvelbons Kevin Feige maar liefst 67 personages. Ik vond de hoeveelheid figuren in Captain America: Civil War al wat veel van het goede... Desondanks, in het bronmateriaal, de Marvel Comics die ik al ruim twintig jaar verslind, werkt dit soort mega-crossovers vaak als een tierelier, dus ik gun ze het voordeel van de twijfel. Infinity War is bovendien de apotheose van het MCU, sinds in The Avengers de eerste tease naar super-superschurk Thanos plaatshad en er vervolgens in elke tweede Marvelfilm wel zo'n Infinity Stone de revue passeerde. Tijd om na tien jaar alle plotlijnen bijeen te brengen en het kookpunt dat steeds verder bereikt lijkt in het MCU eindelijk eens tot bedaren te brengen. Waarop Marvel vervolgens vast een nieuw tienjarenplan in de kast heeft liggen. Marvel Zombies of zo.




Isle of Dogs

Voor wie minder opheeft met al dat Hollywoodspektakel, ligt er in 2018 eindelijk weer een nieuwe Wes Anderson in het verschiet. Wes wie? Je weet wel, die briljante Amerikaanse indie-regisseur met zijn unieke visuele stijl, die narratief altijd zo geslaagd het midden houdt tussen tragedie en komedie en wiens films zo quintessentieel 'quirky' zijn (een treffende Nederlandse vertaling is nog niet voorhanden). Misschien wel mijn favoriete regisseur. In 2018 is het alweer vier jaar sinds zijn laatste, het briljante The Grand Budapest Hotel, dus het wordt wel weer eens tijd. (Tenzij je kunt leven met zuiver commercials van zijn hand in de tussentijd, die mij juist alleen maar naar meer doen smaken...) Stop motion bovendien, slechts zijn tweede film in dat format, na het briljante Fantastic Mr. Fox. Waar gaat het over? Iets met honden en Japan en meer weten we nog niet, maar de naam Wes Anderson is voor mij al ruim voldoende. Dat geldt ook voor de acteurs, want het lijkt tegenwoordig wel alsof er een wachtlijst is voor rollen in Wes Anderson films, zo graag wil iedereen met die man in zee gaan. Vaste partners Bill Murray, Edward Norton en Jeff Goldblum zijn opnieuw van de partij, terwijl dit keer ook Bryan Cranston, Scarlett Johansson en Tilda Swinton acte de présence geven. Als stemmetjes van stop motion honden, dat wel. Onder Anderson kan dat alleen maar tot briljante taferelen leiden.




Early Man

Over stop motion gesproken, 2018 zal een goed jaar worden voor die techniek, aangezien er ook een nieuwe Aardman op ons ligt te wachten. Je weet wel, die heerlijk Engelse animatiestudio van Wallace & Gromit en Shaun the Sheep. Dit keer geen vervolg op een prijzenwinnende short, maar een origineel concept. Over holbewoners die samenleven met dino's. Okee, zo origineel is dat concept niet - laat staan wetenschappelijk verantwoord! - maar het potentieel als de koddige versie van One Million Years B.C. is groot. De Britsheid blijft behouden met stemmenwerk van in ieder geval de heren Redmayne en Hiddleston. Hier kan simpelweg niets misgaan.




Jurassic World 2

En dan is er deze titel nog. Uiteraard de film waar ik, als Jurassic fanaat, het meest likkebaardend op zit te wachten. Nieuwe regisseur (want als je de kans geboden wordt om een Star Wars film te regisseren zeg je geen nee, zoals Colin Trevorrow) is de Spaanse J.A. Bayona, van wie ik nog niets aanschouwd heb (ligt aan mij, want hij heeft wel degelijk eerder films gemaakt). Dit keer geen park op een eiland, geen getrainde Raptors en geen mixklonen (of toch...?). In JW2 ligt de techniek voor het klonen van prehistorisch gespuis te grabbel, dus 'anything goes'. Chris Pratt (met gun) en Bryce Dallas Howard (met hoge hakken) mogen eens te meer aan de bak om het aantal verspilde mensenlevens te beperken. Aangezien iedereen het leuk vindt om te zien hoe dinosauriërs mensen opvreten, zullen ze daar niet geheel succesvol in zijn. Verder helaas nog weinig details. Rex & Raptors gegarandeerd. Hopelijk voor de afwisseling eens mét veren, zoals het hoort. Wordt uitgebracht een week vóór mijn verjaardag. Heel strategisch, Universal...


vrijdag 30 december 2016

De Vijf Slechtste Films van 2016...

Tussen al het fraais dat de Nederlandse bioscopen haalde zaten helaas ook een aantal titels die beter niet uitgebracht hadden kunnen worden, maar helaas door snode geesten in de distributiebranche toch een bioscooprelease gegund werd. Mij viel de twijfelachtige eer ten deel om het vijftal cinematische drollen hieronder aan te zien, hetzij omdat ik er een recensie over moest schrijven (altijd leuk, gif spuien over een waardeloos gedrocht), hetzij omdat ik in een sadomasochistische of domweg onwetende bui verkeerde. Mensen met ook maar een greintje smaak kunnen deze beschouwing voor hun eigen gemoedsrust beter in zijn geheel overslaan, maar diegenen die zich interesseren voor mijn eigen bescheiden mening treffen hieronder de vijf grootste zeperds van het jaar 2016 aan. Links laten liggen is het devies.




5: Ben-Hur (Timur Bekmambetov, VS)

'Die onsterfelijke klassieker uit 1959 is nodig toe aan een remake, teneinde de blijde boodschap van het gospel wederom onder de massa te verspreiden', dacht de Evangelische producent LightWorks. Oei, dachten ze dat fout! Deze herbewerking van het elf Oscars winnende epos van weleer voegt absoluut niets toe aan het origineel en deed niets dat de vorige film niet beter deed. Hoewel de Here Christus meer schermtijd heeft gekregen (en dit keer bovendien Zijn gezicht herkenbaar in beeld wordt gebracht, zodat we kunnen zien dat het dezelfde acteur is als die kwade keizer vol bling-bling uit 300) is de speelduur vergeleken met de superieure versie amper half zo lang. Beknibbeld is er niet op de zeeslag en de wagenrennen, die er nog acceptabel uitzien ondanks het te hoge digitale gehalte. Wel is er opmerkelijk minder geld gestoken in het scenario en de personages, die plompverloren door de Antieke Wereld slenteren en een steevast fletse indruk maken. Zelfs Morgan Freeman tilt de film niet naar een hoger plan, en dat is beangstigend (hij speelde weliswaar God in Bruce Almighty, maar Gods zegen rust geenszins op dit wanproduct). Niet verrassend vloog deze peperdure productie aan de box-office net zo hard uit de bocht als de bad guy tijdens de wagenrennen.




4: The Sea of Trees (Gus van Sant, VS)

Maar liefst twee films over het intrigerende Japanse 'zelfmoordbos' Aokigahara bereikten ons dit jaar. De ene, The Forest, was een matige thriller met die rondborstige chick uit Game of Thrones. De andere, The Sea of Trees, was zo mogelijk nog slechter. Het betreft een serieus drama van een gerespecteerd regisseur, maar dat is de film nergens aan te zien. Het plot is zowel magertjes als voorspelbaar en blijkt een onsamenhangende mix van Oosterse mystiek, Westerse religie, schaamteloos melodrama en weinig enerverende thriller. Matthew McConaughey kijkt constant verveeld om zich heen op zoek naar een niet te vinden uitdaging voor zijn talent, terwijl Ken Watanabe eens te meer zijn status bevestigt ziet als de enige Japanner die Hollywood kent. Erg jammer, want uit het gegeven van een daadwerkelijk bestaand bos waar men massaal zelfmoord pleegt moet toch een fascinerender film dan dit te distilleren zijn?




3: The 9th Life of Louis Drax (Alexandre Aja, VS/Canada)

Met Horns leverde Aja een geinig en bizar allegaartje op. Met The 9th Life of Louis Drax probeert hij dat kunstje te herhalen, maar het wil niet lukken. De film is een tenenkrommend rommeltje. Absurdistische humor wordt geforceerd gepaard met weinig indrukwekkende spanning rond een zeemonster, overgoten met een ridicuul verpleegsterromannetjesplot waarin de onrealistisch sexy dokter (die vieze zweepjesman uit Fifty Shades of Grey) er met de fraaie moeder van het in coma liggende jonge slachtoffer uit de titel vandoor gaat. Plotwendingen in overvloed, maar ofwel komen ze niet als verrassing of ze zijn te belachelijk voor woorden. Dat de film tegen het einde toe opeens een opvallend serieuze lading omtrent een controversieel maatschappelijk thema krijgt, maakt de kijker vooral boos. De film is te veel in conflict met zichzelf en zwiept alle kanten uit, maar geen enkele richting blijkt de juiste.




2: Shut In (Farren Blackburn, Canada/Frankrijk)

In contrast met de vorige prutfilm, die te veel surprises behelst staat deze irritant conservatieve horrorfilm, die bovenal geen verrassingen lijkt te willen omvatten. Het plot is van begin tot einde een oefening in voorspelbaarheid, waardoor ook de schrikmomenten één voor één doodvallen. En daaraan wordt een topactrice als Naomi Watts schaamteloos verspild. Erg jammer, en bovendien is Shut In exemplarisch voor de staat van het horrorgenre in 2016, waarbij vooral de saaie, 'been there, done that' titels een release kregen en vernieuwende verrassingen als The Witch en Bone Tomahawk direct naar VOD-kanalen verbannen werden.


1: Dirty Grandpa (Dan Mazer, VS)

Het dieptepunt van 2016 is gelijk ook het dieptepunt in de lange loopbaan van de haast legendarische Robert de Niro. In deze pijnlijk onleuke poging tot hilariteit speelt hij de titelfiguur, een oude gluiperd die eigenlijk alleen maar seks met veel jongere meisjes wil hebben en daarvoor zijn relatie met zijn kleinzoon misbruikt. Vervolgens worden we onderworpen aan een eindeloze reeks grappen over ofwel drugs of seks, of allebei tegelijk. Kan iemand mij uitleggen wat er grappig is aan Zac Efron (zijn aanwezigheid is sowieso altijd al een indicatie dat we beter een andere komedie kunnen opzoeken) die De Niro's geslachtsorgaan in zijn gezicht geduwd krijgt? De Niro had waarschijnlijk een welkome afwisseling van de diverse zware drama's die zijn carrière rijk is voor ogen, maar zet zichzelf compleet voor schut en sleept anderen, zoals de ontegenzeggelijk komisch talentvolle Aubrey Plaza, mee in deze beerput van slechte smaak en Amerikaanse seksuele onzekerheden. Plaatsvervangende schaamte regeert tijdens de hele speelduur van dit abominabele misbaksel. Ik zie een hele hoop Razzies in het verschiet van dit verwerpelijke gedrocht...

woensdag 28 december 2016

De Tien Beste Films van 2016


Hoewel 2016 niet zo sterk was als 2015 - echte levensveranderende titels bleven achterwege - viel er tussen al het overhypede Hollywoodspektakel en het bescheidener werk in de filmhuizen toch voldoende te genieten om van een geslaagd bioscoopjaar te spreken. Mijn persoonlijk record aan bioscoopbezoeken ging ruimschoots aan diggelen met maar liefst 102 gangen naar de bios 'voor de lol' en 32 persvoorstellingen, waardoor ik met enige zekerheid durf te zeggen dat ik al het belangrijkste, niet te missen materiaal daadwerkelijk ook niet heb gemist. Deze tien titels - en de re-release van de onsterfelijke klassieker Once Upon a Time in the West, die als heruitbreng helaas achterwege moet blijven - bleven me het meest bij en kan ik iedereen met een beetje interesse in bewegend beeld van harte aanbevelen.


10: The Wailing (Hong-jin Na, Zuid-Korea)

Hoewel in eigen land niet eens zo bijster populair, viert Koreaanse horror onder genreliefhebbers wereldwijd al jaren triomfen. Spijtig genoeg blijft de meeste titels een Nederlandse release bespaard, maar The Wailing vormt een aangename uitzondering. Na's bizarre cocktail van politiekolder, Westerse religie, Oosterse mystiek en nagelbijtende suspense houdt de kijker in een relaas over gruwelijke moorden, duivelse verschijningen en vaderlijke zorg 156 minuten lang in een constante staat van verrassing.



9: Hell or High Water (David Mackenzie, VS)

De teloorgang van het platteland door de economische misère levert deze bijzonder puike neo-Western op, waarin een goede vader en zijn minder goede criminele broer het heft in eigen handen nemen en terugnemen wat het hunne is. Gevatte dialogen met aanstekelijke humor en fraaie landschapsvista's enerzijds, anderzijds stof tot nadenken en de vraag aan wiens kant we moeten staan, die van de wanhopige boeven of de plichtsgetrouwe maar vuilbekkende dienders die hen moeten opsporen? Geen daadwerkelijke desperado's hier, wat garant staat voor een onontkomelijk dramatische ontknoping.



8: The Revenant (Alejandro Gonzalez Inarritu, VS)

Ook dit overblijfsel uit 2015 mag een neo-Western genoemd worden, maar is vooral een schokkend wraakepos. Leonardo DiCaprio acteerde zichzelf dan eindelijk naar die lang verdiende Oscar als een voor dood achtergelaten pionier die zich in de barre winter omstreeks 1820 tegen alle natuurwetenschappen in in leven weet te houden door pure wraakzucht jegens de man die zijn zoon doodde. Schitterende locatiefotografie, innovatieve cameravoering en acteerprestaties die nog lang bijblijven maken de worsteling met de wildernis buiten en binnenin de mens tot een zinderende helletocht.



7: Zootropolis / Zootopia (Byron Howard & Rich Moore, VS)

Disney's meest politieke tekenfilm tot dusverre maakt voor de verandering nou eens verhaaltechnisch effectief gebruik van het concept van 'sprekende 'beestjes' om ons een ingenieuze parabel over verontrustende ontwikkelingen in onze dagelijkse maatschappij voor te schotelen. In een wereld vol dieren proberen schimmige krachten de burgerij op te splitsen door middel van irrationele angst. Een dapper konijn en een slinkse vos moeten een onwaarschijnlijk bondgenootschap aangaan om de ineenstorting van de samenleving te voorkomen. Intrigerende politieke parallellen en legio geslaagde woordgrapjes voor de ouders, visueel spektakel, leuke liedjes en fijne personages voor de koters.




6: Kubo and the Two Strings (Travis Knight, VS)

Toch zou die Oscar voor Beste Animatie heel goed aan Zootropolis' neus voorbij kunnen gaan, ten faveure van Kubo and the Two Strings. Kubo heeft wellicht niet zo'n geraffineerd ideologisch verhaal, maar de stop motion animatie is wonderschoon, van het allerhoogste niveau wat studio Laika tot nu toe heeft geproduceerd. Het verhaal over een kleine jongen met magische gaven die een boze geest moet uitbannen met behulp van de in een aap en een strijdkever gereïncarneerde zielen van diens ouders, is geworteld in de beste mythische tradities, Japans of westers.




5: Arrival (Denis Villeneuve, VS)

Villeneuve bewijst opnieuw zijn creatieve genie in dit fascinerende, nadenkende verhaal over een buitenaardse aankomst. Wanneer intimiderende ruimteschapen op Aarde arriveren, dreigt de mensheid haar eigen wereld in paniek in brand te steken. Slechts een poging tot wederzijds begrip leidt tot het afwentelen van de ondergang, in dit naar Hollywoodmaatstaven diepzinnige wetenschapsdrama dat het niet van bombastisch spektakel maar van enerverende expositie en een wetenschappelijk gefundeerd plot moet hebben. Een plottwist á la Interstellar, maar dan minder ridicuul, ligt in het verschiet en zal niet allen kunnen behagen, maar Villeneuve komt er ruimschoots mee weg.




4: Deadpool (Tim Miller, VS)

Wie de superheldenrage in Hollywood na een dik decennium onderhand wel zat is, mag zich laven aan deze subversieve anti-held, die zijn heroïsche tegenhangers met aanstekelijk succes op de hak neemt. De onderbroekenlol en het expliciete geweld is wellicht niet voor iedereen even aangenaam, maar Deadpool weet een groot aantal demografieën te verenigen in zijn bizarre hoedanigheid als schunnige superheldenromkom. Ryan Reynolds rekent bovendien fenomenaal af met de fouten uit zijn verleden in deze herschepping van de 'Merc with a Mouth', tot grote vreugde van zowel Marvel-fanboys als het algemene publiek.



3: Toni Erdmann (Maren Ade, Duitsland)

Voor aangrijpender humor met een herkenbaar alledaags hart moeten we dit jaar echter in Duitsland zijn. Ondanks de imposante speelduur van 162 minuten laat Toni Erdmann ons geen moment onberoerd in zowel tragiek als hilariteit in de queeste van een vader diens volwassen dochter nieuwe levenslust te schenken. Die raakte ze kwijt aan het grijze bedrijfsleven, dus infiltreert hij in deze genadeloze wereld met niets meer dan een pruik en valse tanden om haar terug te veroveren. Fantastisch optreden op alle fronten van Peter Simonischek als de titelfiguur. Terechte kans op Oscar voor Beste Buitenlandse Film.



2: The Red Turtle (Michael Dudok de Wit, Frankrijk/Japan)

Die nominatie zou echter ook heel goed kunnen passen bij The Red Turtle, het onwaarschijnlijke maar bijzonder ontroerende cinematisch kind van Nederlandse, Franse en Japanse origine. Minimalistische maar emotierijke animatie en dito dialogen in dit verhaal over de worsteling van een schipbreukeling om zich op een eenzaam eiland in leven te houden, en hoe een mysterieuze rode schildpad hem doet berusten in zijn lot. Zakdoeken mee voor deze weergaloos fraaie contemplatie over een menselijk leven.




1: Rogue One: A Star Wars Story (Gareth Edwards, VS)

Ondanks alle emotionele pracht en praal van de voorgaande titels kan een geek als ik echter niet anders dan volledig meegaan in de monumentale triomf van Rogue One. Hoewel doorspekt met (heerlijke!) nostalgische verwijzingen naar het roemruchte verleden, blijkt de film toch een eigen kloppend hart te kennen als oorlogsfilm met opmerkelijk duistere diepgang. Deze beste film uit de reeks - feitelijk niet eens echt in de reeks! - sinds Return of the Jedi is zowel de ultieme knipoog naar het verleden als de belofte voor de toekomst dat goede Star Wars films onder de doctrine van Disney nog steeds tot de mogelijkheden behoren.


zondag 18 december 2016

Jurassic Park 2009: Deluxe Electronic Tyrannosaurus Rex


Year of release: 2009

Accessories:
-Forest Hunter General
-Missile Launcher (with missile)
-Off-Road Vehicle cut-out (Note: since this last “accessory” is actually a part of the figure's box, it will not be reviewed here.)



Description: this Tyrannosaurus figure, though heavily retooled, is still the largest of all JP dinosaur toys ever produced. It measures a good 70 centimetres in length and about 20 centimetres tall. This Rex stands in an active pose, with its left leg moved forward and its right leg posed backward, as if walking. Its head is quite large, almost as big as its belly. It can swallow human and smaller dinosaur figures whole, but they have to be retrieved via the same way they came in. The head, neck and tail are made of a more flexible material than the rest of the figure, with the eyes being small transparent orbs with a black spot (the pupil) painted on them. The T-Rex features poseable arms, legs and even feet (which sport huge toes and claws, including the smaller ones on the side of the lower legs). On its belly, the T-Rex carries a visible speaker unit and battery cover, as well as a little switch, with 'On', 'Off' and 'Try me' printed next to it. The actual sounds are activated by pushing the little button on its back, above the upper legs. In the case of the latter option, the figure only makes noises when the button is pushed, while when in 'On' mode the figure also produces sounds at random. Overall, this figure produces at least thirteen different sounds, including stomping sounds which can be produced by bashing the feet on any surface (this also works when the figure is still boxed).
This large T-Rex features a basic three-way paint job. Colours on the softer parts of the figure's body are more vivid because of the different materials used. The underside (most of the lower jaw, throat, belly and most of the lower part of the tail) are painted greyish beige. The limbs, flanks and middle part of the tail are coloured grey. The top parts of the body (most of the head, neck, back and upper part of the tail) are painted orange. Black lines run over the orange colouring, while additional black colouration is found on the head on the snout, in a a big cluster around the eyes, with a line running out of this part around the chin and in a wave pattern over the lower jaw. Diffused black stripes and spots adorn the flanks, knees and tail, while black bands are found around the lower arms and end of the tail, and a row of black spots runs over each toe. On the upper jaw near the snout the creature sports small triangular blue shapes, two on each side of the face, with black lines around these. The claws on both fingers and toes are painted black. The Rex has beige teeth (some of them broken off or worn out) and the inside of its mouth is pink, with the tongue coloured a darker shade of pink.
The Forest Hunter General wears a dark grey jacket adorned with lighter grey spots and shapes and revealing a grey shirt underneath, as well as silver tags around his neck. He also sports a black utility belt, dark grey trousers and black boots. His pants and shirt sport some slight tears, like he’s had a run-in with an unpleasant dinosaur. He has brown hair and eye brows, black eyes and a rather grim look on his face. He stands in a very odd pose, left leg stretched forwards and right leg braced backwards, left arm reaching up and right arm pointing down, as if he's startled by some prehistoric vermin in front of him. He comes with a missile launcher, which is coloured in a slightly metallic dark grey paint job, with a dark pink missile sticking out of it on both ends. Pushing the end of the missile sort of launches it, though it doesn’t work very well.



Analysis: it took a while, but Hasbro finally did something else than just repaint figure after figure for this toy line, though only once. In this case, they dug up an old T-Rex sculpt, the biggest and baddest around, and revamped it to become the new top predator figure. With great results, since this is by far the most impressive, awe-inspiring and daring figure Hasbro has produced since the JP III line!
Even though this Deluxe Tyrannosaurus uses the specifications of the classic and much beloved Bull T-Rex figure from the TLWS1 toy line, it's a totally different animal altogether. It can still swallow figures, but these can only go a short distance instead of making it all the way to the belly and being retrieved via a big slit in its belly (which also means this new T-Rex incarnation doesn't have a big hole there). That's probably why this Rex doesn't come with a survival pod, since human figures won't be retrieved and thus won't survive being gulped down by the latest Tyrant Lizard King. The figure's poseability has been maximized. This time it can move more than just the arms. The legs and even the feet (which is wholly new for JP toys' standards) are also poseable, increasing playability.
The new paint job is okay, but not the figure's most appealing feature: the grey, beige and black feels fine, the orange less so. It seems too colourful and cheerful on a massive predator like this, though it does feel in place in the already very brightly coloured JP 2009 line. It does also hint at the dismally ugly orange paint job from the Chaos Effect Omega T-Rex predecessor though. However, overall it's an acceptable paint job, and also fairly detailed. All the claws have been taken care off, the tongue is coloured differently from the rest of the mouth, and there's various lines, spots and stripes to give the animal more character. The triangular blue shapes on the upper jaw are a nice little touch for example. The Rex also retains its glassy retina, something only used three times now in JP toys lore.
The sound system of this T-Rex has been expanded a lot compared to the previous Rexes. Though the sounds are not as loud as before, there's an awful lot of them instead of only two or three. At least thirteen different noises can be heard, varying from movie accurate roars to snarls, growls, chomping and stomping sounds. Some of these may be familiar, as they were used for the Bull T-Rex and the JP III T-Rex figures. The difference between a 'Try me' and an 'On' option is a nice touch, but makes little difference overall.
This Deluxe Tyrannosaurus comes with a Forest Hunter General figure and its missile launcher. The human figure is completely dwarfed by the huge T-Rex, and is only useful as prey for this berserker beast. It fits in its mouth and throat easily. Basically Hasbro provided the Rex with its own snack. Unfortunately the General is not painted differently from its regular appearance in this toy line, which makes it less original. The weapon is still totally lame and does absolutely no damage to the hulking carnivore.
Overall, this is one of Hasbro's finest releases and certainly the main attraction of JP 2009. It's not surprising many dinosaur collectors totally ignored the rest of the line and only got themselves its crowning achievement. It should come as no surprise if this becomes a much desired and valuable toy over the next decade, as has been the faith of most big JP figures before. It sincerely deserves such a future.
Unless Hasbro starts to milk this figure to no end as well...

Repaint: yes, more or less. Though at first glance this figure appears a mere repaint of the TLWS1 Bull T-Rex, only its bare shape and size have survived the heavy retooling this sculpt underwent for this toy line. The torso and limbs are now composed of hard plastic, while the head, neck and tail are comprised of softer material than before. The original three Bull Rex sounds are still there, but now backed up by new roars and growls, as well as the JP III T-Rex figures' noises. Overall, this figure might as well be a totally new sculpt, even though it doesn't appear to be. The Forest Hunter General appeared in the exact same paint job in his own set in this toy line, but was originally a JP III figure, which by itself was already repainted for JPD2. The missile launcher originally came with the JP III Military Diver figure, appeared again with that figure repainted in JPD2 and has also been featured with the Diver of this toy line.

Overall rating: 8/10. Probably the best addition to the world of JP toys since the better JP III sculpts were first released in 2001. Though the paint job is not perfect, the many new features, much improved poseability and overall size make for a formidable dinosaur toy. The General and his weapon (as well as the cut-out vehicle) are nice little additions but are hardly noteworthy compared to the main attraction here, though they add some additional fun. This set wasn't rare on release, but that swiftly changed. Because it's such a good and huge toy, it was quite sought after and has by now become almost as valuable as the original TLW Bull T-Rex it was based on. Don't expect this one to be an easy find, despite it not being a very old toy.

woensdag 14 december 2016

Today's Review: Rogue One: A Star Wars Story




Hollywood wordt verweten te teren op de nostalgische onderbuik van haar publiek. Populaire franchises worden teruggebracht naar hun basis met zoveel mogelijk knipogen naar vroeger. Uiteraard mag Star Wars, de moeder aller fanfranchises, niet aan het herkauwlijstje ontbreken, terwijl de reeks tegelijkertijd klaargestoomd wordt voor de toekomstige generatie. Disney lost die tegenstrijdigheid op door zich in de eigenlijke 'Episodes', ondanks de aanwezigheid van oudgedienden, vooral te richten op wat komen gaat, terwijl in de 'Anthology' serie juist de oudere fan zijn hart kan ophalen bij nieuwe verhalen over oude situaties. Rogue One geeft geslaagd de aftrap met één grote nostalgietrip naar het allereerste uur van de ruimtesage, het getouwtrek om die wapenplannen.
 
De afloop is bekend, maar dat mag de pret niet drukken. Hoe het de Death Star uiteindelijk verging is niet van belang, wel hoe het onding tot stand kwam en hoeveel moeite de Rebellen moesten doen om de bouwplannen te bemachtigen. Spil in dit relaas is de getroebleerde Jyn Erso, die door het verzet wordt geronseld in een speurtocht naar haar vader. Zoals ook voor Luke gold, kampt Jyn met flinke 'daddy issues'. Papa Erso werd destijds met geweld van haar ontrukt door kwade Keizerlijke genius Krennic, die zijn technologisch vernuft benutte voor de verwezenlijking van zijn droom des doods. Geplaagd door zijn geweten probeert de ongelukkige echter de opstandelingen van vitale kennis te voorzien. Reden genoeg voor de norse rebellenkapitein Andor om samen met Jyn de waarheid achter de Death Star te achterhalen. Tegen haar zin in, want ze zit niet te wachten op een hernieuwde kennismaking met zowel het verzet als haar vaderlief.


Gareth Edwards blijkt de juiste keuze voor de regiestoel van Rogue One, nadat hij hiervoor met succes Godzilla heruitvond op een wijze die recht deed aan diens verleden, maar fris genoeg was voor het heden. Hij overgoot het reuzenreptiel met een intrigerend duister sausje en doet nu hetzelfde met Star Wars, want de helden in Rogue One zijn lang zo heldhaftig niet. De kersverse Rebellenalliantie moet haar draai als vrijheidsstrijders nog vinden, vooral de methodes die haar afzetten tegen de onderdrukker die zij bestrijdt. Andor is bijvoorbeeld niet te beroerd om pardoes een paniekerige informant uit de weg te ruimen. Dat zijn eigenlijke missie hem kaarsrecht tegenover zijn beschermeling Jyn plaatst, is al gauw duidelijk en zorgt voor het nodige vuurwerk tussen de onvrijwillige bondgenoten. Op hun eerste trip kruisen zij het pad van een fanatieke rebellenleider wiens werkwijze te grof was voor de Alliantie. De manier waarop zijn gesluierde aanhangers in een drukke woestijnstad achteloos hun tegenstanders te lijf gaan, zal onder Edwards geen toevallige parallel met de brandhaarden in het Midden-Oosten vormen. Het is aan Jyn om de rebellie op diens eerste grote missie om te vormen tot een coherent geheel van goeieriken, zoals we die kennen uit de originele trilogie.

Het siert Edwards dat Rogue One voorzien is van volwassen morele diepgang en bovengemiddelde karakteruitdieping in wat feitelijk een onvervalste oorlogsfilm is, maar nooit verliest hij de pure lol uit het oog die Star Wars zo kenmerkt. Dankzij het bonte samenraapsel aan personages - waaronder een Keizerlijke overloper, een blinde Force-adept, een lekker cynische droid - en hun overtuigende onderlinge chemie, vormt de film een weergaloos avontuur vol exotische locaties en humoristische terzijdes. Het plezier dat de cast, van de stoere heldin tot de vilein schmierende schurk, beleeft, spat zichtbaar van het scherm. Kleine misstappen, zoals het gemakzuchtig snel heen en weer schakelen tussen diverse locaties in het begin van de film, zijn daardoor makkelijk te vergeven. En hoewel Jyns aanhoudend pleidooi voor de kracht van hoop wat geforceerd overkomt, stoort het nergens. Het hinten naar 'nieuwe hoop' is immers slechts één van vele verwijzingen naar de originele trilogie die het nostalgische gevoel van Rogue One zo aanstekelijk maken.

Want hoewel voor iedereen onderhoudend, is Rogue One een feest van herkenning voor de fans. Het respect dat Edwards en zijn kompanen voor vooral Episode IV koesteren, is in elk shot voelbaar. Herkenbare sets, muziek, dialoog en cameo's van allerhande oude personages worden een dikke twee uur lang over ons uitgestort, waarbij een gevoel van nodeloze uitpersing der klassieken zich nimmer opdringt. We vergeven zelfs het gemis van de iconische openingstitels. Rogue One is overduidelijk een product van liefde. En natuurlijk een visueel genot. X-Wings en Star Destroyers, maar ook nieuwe voertuigen, vliegen ons om de oren en de Death Star zelf zag er nog nooit zo glorieus uit. Het spektakel was gegarandeerd, maar voelt met de puike cast en dito regie haast meeslepender dan ooit. Bovendien hoeft de film geen frustrerende overkoepelende mysteries voor latere delen op te bouwen, waartoe The Force Awakens was veroordeeld. Rogue One is geen schaamteloze uitmelking van onze nostalgie, maar Edwards' liefdesbrief aan de fans, waartoe hij klaarblijkelijk ook zichzelf rekent.