zaterdag 11 februari 2017

Today's Review: Paterson




"Ik maak liever een film over een man die zijn hond uitlaat dan over de keizer van China", sprak indie-regisseur Jim Jarmusch ooit. Met Paterson heeft hij nu woord gehouden. De nieuwste film van de minimalistische regisseur moet het inderdaad niet van markante, kleurrijke personen hebben, maar juist van de alledaagse realiteit die de meesten van ons ondergaan. De herkenbare werkelijkheid van normale mensen die een dagelijkse routine leven en daar voldoening in vinden. Jarmusch zou Jarmusch niet zijn als hij daar geen poëzie in zag. Paterson is het eerbetoon aan de doorsneemens, een welkome afwisseling van al die films over bijzondere individuen die we gewend zijn.

Die man die in Paterson elke avond de hond uitlaat, draagt dezelfde naam als de film en woont bovendien in de gelijknamige stad in New Jersey. Jarmusch volgt hem gedurende één week van zijn leven. De week begint op maandag, als hij 's ochtends opstaat, ontbijt en naar zijn werk gaat. Als buschauffeur vervoert hij normale mensen die over ordinaire dingen praten. Tussendoor wijdt hij zich aan zijn hobby, de dichtkunst. 's Avonds keert Paterson huiswaarts richting zijn ondernemende vriendin, die in tegenstelling tot hem diverse toekomstplannen koestert. Na het avondmaal gaat hij op stap met de hond en bezoekt hij de plaatselijke bar waar hij zich laaft aan één biertje, alvorens weer vroeg naar bed te gaan. Zie daar een dag uit Patersons leven, die Jarmusch aan aantal keer herhaalt, met slechts minieme variaties op de sleur van alledag. Saai? Feitelijk wel, maar om die saaiheid terug te zien op het witte doek is verfrissend, zeker als het ook nog weet te boeien.


Die fascinatie is hoofdzakelijk de verdienste van de hoofdrolspelers. Adam Driver mag dan recentelijk nog de rol van een grote schurk in de laatste Star Wars hebben vertolkt, hier is hij een doodgewoon mens met alledaagse beslommeringen, net als zijn publiek. Driver weet ons prima mee te sleuren in Patersons doen en laten door hem van een puike balans tussen burgerfatsoen, brave speelsheid en sympathie te voorzien. Er gebeurt weinig in zijn leven, maar daar zit hij ook helemaal niet op te wachten. Hij is gelukkig met zijn simpele bestaan. Daar tegenover plaatst Jarmusch zijn energieke vriendin Laura, die elke dag wel een nieuw plan bedenkt om haar stempel op de wereld te drukken. De ene dag wil ze een beroemde gitariste worden, de andere een gevierd kunstenares. Tegelijkertijd tracht ze Paterson, tegen diens zin in, te stimuleren zijn gedichten te publiceren, ook al schrijft hij ze puur voor zijn eigen vermaak. De Iraanse Golshifteh Farahani geeft Driver effectief tegengas in de rol van zijn kwieke wederhelft en de chemie tussen beiden zindert van de herkenbaarheid.

Van veel vaart of spanning moet Paterson het dus niet hebben. En daar is het Jarmusch nou precies om te doen. Er zijn immers al talloze films waarin zoveel gebeurt dat het mensen nodeloos opjaagt. Met Paterson bewerkstelligt hij juist het tegenovergestelde: fascinatie voor de dagelijks terugkerende nietszeggendheid die het leven van de meeste mensen typeert. En daardoor erkennen we dat de routine die Paterson zo dierbaar is (alsmede die van onszelf) eigenlijk voortdurend onder vuur ligt. Als Laura zijn sleur poogt te doorbreken door een experimenteel gerecht op te dienen, is hij zichtbaar onthutst. Een herkenbare situatie, maar vergelijkbaar met een plottwist in een thriller. En zo gaat het door. Dinsdag wordt Paterson op straat aangesproken door ongure sujetten. Woensdag wordt hij in de bar geconfronteerd door een verward persoon met een neppistool. Op vrijdag begeeft zijn bus het. En het dieptepunt van de week vormt uiteraard de emotionele climax van de film. Al heeft het hier geen grootscheepse consequenties, het dagelijkse leven is allerminst saai, maar doorspekt van kleine afwijkingen en toevalligheden die in de handen van Jarmusch tot een beklijvend geheel worden gedicht.

Want dichten, dat is wat Jarmusch voor ogen heeft met Paterson. Zoals de hoofdpersoon poëzie schrijft over alledaagse dingen als lucifers of regen, zo rijmt Jarmusch die dagelijkse gang van zaken aaneen tot een cinematische lofzang op de banaliteit van het bestaan. Daarbij bedient hij zich van de voor hem gebruikelijke minimalistische toon, met een rustige camera, zonder aandachttrekkerige of opzwepende stijlmiddelen. Samen met de gevatte dialogen, de dromerige montage en de schilderachtige weergave van de stad uit de titel - oud en vervallen, maar toch bruisend en vol karakter - levert dat een gedicht in beeldvorm op, een hommage aan al die mensen die simpelweg hun leven leven, maar zo zelden in films worden geportretteerd omdat er niets over ze te vertellen zou zijn. Met Paterson bewijst Jarmusch dat ook normale levens interessante films kunnen opleveren. Die Chinese keizers en vergelijkbare grootse figuren krijgen immers al genoeg aandacht op het witte doek.

zondag 5 februari 2017

Today's Review: To Stay Alive - A Method




Bent u een kunstenaar en ziet u het allemaal niet meer zitten? Meent u dat de harde maatschappij uw creatief genie miskent en staat u op het punt er de brui aan te geven? Hou nog even vol, want uit zulke wanhoopsgevoelens komt de fraaiste kunst tot stand. Aldus menen Michel Houellebecq en Iggy Pop, die dit station van radeloosheid al gepasseerd zijn. Met de sympathiek optimistische semidocumentaire To Stay Alive - A Method steken zij hun collega-kunstenaars een hart onder de riem. Dat lijden, zo stelt het duo, is een essentieel onderdeel van de kunsten en drijft de vasthoudende artiest juist naar nieuwe hoogtes. "Lijden is goed, lijden is nuttig."


Het is een conclusie die schrijver Houellebecq al in 1991 trok in zijn essay Rester Vivant - Méthode. Ten tijde van schrijven werd hij evenzeer geplaagd door levensmoeheid als de beoogde lezersdoelgroep: de onbegrepen kunstenaars. Na het felle antimaatschappelijke stuk, waarin hij vooral ageerde op de zere wonden van de onbegripvolle samenleving te blijven drukken, brak Houellebecq alsnog door. Tegenwoordig wordt hij gezien als een creatieve duizendpoot, werkzaam als filosofisch auteur, dichter, toneelschrijver en cineast en populair onder een opvallend groot publiek. Dat was hij allemaal niet geweest als hij er destijds een einde aan had gemaakt. En als het hem lukte, waarom zou hetzelfde dan niet mogelijk zijn voor andere kunstenaars?

Muzieklegende Iggy Pop las diens essay en trok dezelfde conclusie, omdat hij in Houellebecqs relaas ook zijn eigen levenspad herkende. Ook Pop, nu gezien als de vader van de punkrock, dreigde er in een grijs verleden ooit mee te stoppen, maar bleef volharden te midden van alle waanzin, overtuigd van zijn muzikaal gelijk. Eveneens met groot succes. Pop en Houellebecq bleken geestverwanten en hun wederzijdse bewondering leidde al eerder tot een toenadering, toen Pop een aantal nummers schreef voor een documentaire over de schrijver. Die film werd geregisseerd door de Nederlander Erik Lieshout. Met diens pseudodocumentaire To Stay Alive - A Method is de cirkel nu rond en brengt Lieshout schrijver en zanger nog dichter bij elkaar. 'Pseudo', want de film is zowel een toneelstuk als een op feiten gebaseerd verhaal. Het is echter hoofdzakelijk een kunstzinnig pamflet.



Het gespeelde element van To Stay Alive - A Method bestaat uit de ontmoeting tussen de twee grootheden, waarin Pop zichzelf speelt maar Houellebecq de rol van de fictieve kunstenaar Vincent op zich neemt. Een schijnbaar mislukte artiest die in eenzaamheid aan zijn meesterstuk werkt in het huis van zijn grootouders en met een bezoek van Pop, die Houellebecqs boodschap ter harte neemt, wordt aangespoord om vooral door te zetten. Tussendoor leest Pop met zichtbaar enthousiasme voor uit het werk van de schrijver en richt hij zich bevlogen direct tot het publiek. Degenen die menen dat Pop en Houellebecq een uitzondering op de regel vormen in de annalen van de kunsten en het heus nog niet zo eenvoudig is als het essay verkondigde, komen bedrogen uit, want Lieshout heeft nog meer noten op zijn zang. Hij interviewt drie volslagen onbekende kunstenaars die een soortgelijke achtergrond van lijden kenden, maar uit het dal van de gekte zijn opgekrabbeld. Dichters met een psychiatrische achtergrond die niet opgaven en ondanks alles er bovenop kwamen, en daardoor hun beste werk naar boven brachten. Door de portrettering van dit drietal plaatst Lieshout de twee grootheden op gelijke voet met hun talloze onbekende collega's die net als zijzelf worstelden, of nog steeds worstelen, met de minachting van de maatschappij maar zich daardoor niet lieten tegenhouden. Daarmee illustreert hij uitstekend Houellebecqs punt. Hoewel bekende namen blijken de twee sterren immers eveneens verlegen, alledaagse mensen en dat maakt hen net zo aandoenlijk als hun roemloze tegenhangers.

Wat niet wegneemt dat ze wel degelijk charisma kennen. Zeker Pop weet onze aandacht er volledig bij te houden als hij het essay citeert, want zijn van levenservaring doorgroefde stem werkt betoverend. Daarmee helpt hij de 'tegeltjeswijsheid' die To Stay Alive - A Method soms dreigt te typeren op afstand te houden. Want voor elke fraaie uitspraak als "to learn to become a poet is to unlearn how to live" volgt er een fletser geval als "het universum is als een discotheek". Pop komt er wel mee weg. Toch is het jammer dat we vooral van zijn verleden als lijdend voorwerp amper achtergrond meekrijgen. Hoe zat het dan voorheen met diens creatieve smart? Voor een film van amper zeventig minuten maakt Lieshout er helaas weinig woorden aan vuil. Voorkennis lijkt vereist. Maar het draait voor Lieshout bovenal om Houellebecqs boodschap, en die wordt vanuit voldoende standpunten belicht, zonder enig cynisme. Een kunstenaar in de put heeft daar ongetwijfeld voldoende aan en kan na het zien van To Stay Alive - A Method met hernieuwde hoop aan de slag.

woensdag 1 februari 2017

Oscars 2017: The Predictions

 'Tis the season to hand out all kinds of awards to people who're in the movie business. There's this particular lavish award ceremony hosted by a certain Academy I have this annual routine of predicting wins for. Though the world around us is rapidly changing (and none for the better it appears), I see no reason to change this routine any time soon and thus, what follows below is my usual round of Oscar predictions. I've seen many of these movies (not all of them have been released here yet) and know a fair amount about the rest, so let's see whether I can nail who wins what better than last year. Even with the odd random guess, I'm bound to get a few of 'em right. It's true!




Best Film:
First Choice: Moonlight. A daring view of a troubled young man's existence told in three chapters and acted out by three wholly different but equally brilliant actors. Not to mention issues of race, gender, 'nature versus nurture' and destiny. An inexperienced director weaving all of this together seamlessly. This film works on so many angles it would suit the Academy well to reward it for many of them. However, all those angles conspire to deny the film the award as well, since there's the risk of a few of them not sitting well with more conservative Academy members. If not Best Film, than Best Director for sure.
Second choice: La La Land. Because it's just what the world needs in this particular period of history.

Best Actor:
First Choice: Casey Affleck. Ben got his due, Casey had to stick with nominations. Until now I bet. The other lead actors all did a good job, but Casey's just sticks out.
Second choice: Denzel Washington. I'm rooting for Viggo Mortensen, but Washington is a safer bet. There's this enfant terrible quality to Viggo that just makes him an unlikely winner.

Best Actress:
First Choice: Natalie Portman. That was one hell of a transformation, downright to the silly voice. if you can get away with carrying a motion picture on such intense emotional levels with that voice and  pink outfit, an Oscar is well deserved.
Second choice: Ruth Negga. Huppert's picture is too controversial, Streep is too conservative and Stone's acting just wasn't special enough, so Negga remains. Admittedly, I have yet to see Loving.




Best Supporting Actor: 
First Choice: Mahershala Ali. Playing a drug dealer you can only love despite everything is quite a feat.
Second choice: Jeff Bridges. I've never seen such a loathsome likable character, apart, from Ali's above.

Best Supporting Actress:
First Choice: Naomie Harris. I've never felt such a revulsion for such a lovely and talented actress.
Second choice: None of the others really stand out of this crowd of four. Randomly, I'd say Octavia Spencer.

Best Director:
First Choice: Barry Jenkins. For the same reasons as Best Film.
Second choice: Damien Chazelle. But these two could easily be vice versa, as is the case for Best Film. I doubt either of them will win both.

Best Screenplay:
First Choice: Manchester by the Sea.
Second choice: La La Land. I'm rooting for this film, even though I think it's not the script that carries this film, despite the bittersweet ending. 

Best Adapted Screenplay:
First Choice: Moonlight. Finally a category where this film and La La Land are not in each other's way. Sure win.
Second choice: Arrival.



Best Animated Film:
First Choice: The Red Turtle. Simple but beautiful and hugely emotional animation, no speaking parts throughout. Something else entirely. The rest is good, but not as unique. I nearly cried, you know.
Second choice: Kubo and the Two Strings. Some of the finest stop motion animation ever.

Best Foreign Film:
First Choice: Toni Erdmann. Can't see this one lose.
Second choice: The Salesman. If it wins, I consider it more of a political statement.

Best Cinematography:
First Choice: La La Land. Not only is the musical back in business, so are the sweeping shots that are a part of its DNA since the Golden Days of Hollywood.
Second choice: Arrival.

Best Editing: 
First Choice: Moonlight.
Second choice: Arrival.

Best Production Design:
First Choice: La La Land.
Second choice: Fantastic Beasts and Where to Find Them.

Best Costume Design:
First Choice: Jackie. The extreme faithfulness to the iconic dresses, suits and hats matters at least as much as Portman's portrayal to this period piece. And they look equally gorgeous in black and white.
Second choice: Fantastic Beasts and Where to Find Them.

Best Hair and Make-up:
First Choice: Star Trek Beyond. Not because I agree, but because it's the safer bet.
Second choice: Suicide Squad. Because it deserves it. So the movie wasn't great, but the make-up sure deserves credit. Just look at Killer Croc, waah...

Best Score:
First Choice: La La Land. It's the songs that you remember, but the music that accompanies them that makes them great.
Second choice: Jackie.

Best Song:
First Choice: La La Land. Nominated twice, so an unlikely loser.
Second choice: Moana. Disney songs, eh?

Best Sound Mixing:
First Choice: Rogue One. Never bet against the sounds of the Star Wars universe.
Second choice: La La Land.

Best Sound Editing: 
First Choice: La La Land.
Second choice: Arrival.


Best Visual Effects:
First Choice: The Jungle Book. Because it makes the actual jungle a replaceable thing to many people and that's a scary thought. But it goes to show the innovation here.
Second choice: Doctor Strange. VFX rarely got this trippy.

Best Documentary: 
First Choice: O.J.: Made in America. Introducing a new genre: the epic documentary.
Second choice: Life, Animated.


That's it for this year. There are certain wins for La La Land, Manchester by the Sea and Moonlight, it's unavoidable. It's just the exact categories that are harder to determine. Or maybe I am just completely wrong and the Oscars will go to movies I never even considered worthy of the nominations (Lion, Hacksaw Ridge). I've got a feeling the Academy won't have that many surprises in store for us this year though. February 26 will prove me right or wrong.

zondag 29 januari 2017

Today's Review: The Student




Het is fijn om te weten dat in de Russische cinema nog kritische geluiden klinken. Ook al duiken die hoofdzakelijk op in 's lands arthousefilms die het nationale publiek niet op grote schaal zullen bereiken, buiten de grenzen kunnen ze doorgaans rekenen op een warm onthaal. Leviathan, Andrei Zvyagintsevs aanklacht tegen de corruptie in de bestuurlijke macht, ging er twee jaar geleden bijna met een Oscar vandoor. Het valt te bezien of Kirill Serebrennikovs The Student, gebaseerd op een door hemzelf geproduceerd theaterstuk, het even ver zal schoppen, maar hij vormt een eveneens energiek pleidooi tegen die andere grote pijler van de Russische samenleving: het geloof. Want onder het presidentschap van Poetin zijn de politiek en de Russisch-Orthodoxe Kerk nader tot elkaar gegroeid, tot weinig jubel van de ruimdenkende Rus.

De student uit de titel is Venya, voorheen een onopvallende, alledaagse middelbare scholier, een buitenbeentje onder zijn klasgenoten. Nu heeft hij het christelijk geloof omarmd, waarop hij zich direct van zijn meest fanatieke kant laat zien als religieus adept. Venya slaat iedereen met het ene na het andere Bijbelcitaat om de oren, als kritiek op alles wat in strijd is met zijn invulling van de wereld. Wie het met hem oneens is, wordt geconfronteerd met rechtstreeks uit de Bijbel overgenomen verwensingen die in klare taal omschrijven wat er met andersdenkenden dient te gebeuren. Niemand doet het goed volgens Venya, van zijn bloedeigen moeder tot de docent godsdienst, nota bene zelf een aanhanger van de orthodoxe kerk. Om de gemoederen te sussen geeft het schoolbestuur - portret van Poetin aan haar muur - stukje bij beetje toe aan Venya's eisen. Bikini's bij de zwemles moeten plaatsmaken voor kuisere badpakken, Darwins evolutieleer wordt voortaan onderwezen samen met de christelijke scheppingsleer, enzovoort. Dit tot onvrede van de biologiedocente Elena, die lijdzaam moet toezien hoe vrijheden worden ingeperkt door de agressieve mening van een charismatische eenling.


Want dat het Venya niet ontbeert aan charme, moet gezegd worden. Van de status als outsider die hij ooit had, is niets meer over. Venya's kruistocht tegen onzedelijkheid en tolerantie wordt door zijn klasgenoten met gejuich onthaald, niet omdat ze het inhoudelijk met hem eens zijn, maar omdat hij de docenten met zijn extravagante optreden op hun nummer zet. Dat zijn medestudenten op den duur vrijheden moeten inleveren door zijn fanatische beschuldiging tegen de leiding, maakt hem schrikbarend genoeg niet minder populair. Petr Skvortsov speelt Venya inderdaad met een betoverende flair, een meeslepende prestatie voor een dergelijk jonge acteur. Ook al zullen weinigen zijn kant kiezen, zijn wervelende uitvaringen tegen het establishment zijn een genot om naar te kijken. Hij krijgt daarbij uitstekend tegengas van Victoria Isakova als Elena, die hem - als spreekbuis van regisseur Serebrennikov - van rake repliek dient en hem confronteert met zijn waanzin door het blootleggen van de talloze tegenstrijdigheden in het Heilige Schrift. Waarvoor de fanaat uiteraard doof blijkt.

In dat fanatisme van de hoofdpersoon, wat de film zijn luister meegeeft, schuilt tegelijk ook de grootste zwakte van The Student. Nergens in de film leren we waarom Venya zich zo met hart en ziel op het geloof gestort heeft. De film gaat voorbij aan diens omschakeling van loser van de klas naar religieuze rockster. Is hij werkelijk van de ene op de andere dag zo diepgelovig geworden, of is het slechts een wijze om stoom af te blazen als tiener tegen zijn opvoeders? Naar Venya's motieven voor het opzoeken van het christendom blijft het gissen. Dat het hem menens is, wordt echter hoe langer hoe meer duidelijk. Populariteit bij het andere geslacht ligt binnen handbereik, maar slaat hij af. Daarentegen concentreert hij zich op het streven zijn voornaamste tegenstander, Elena, het zwijgen op te leggen, waarbij hij moord niet uitsluit. Dit is niet langer een methode van een dwarse puber om aandacht te krijgen, maar een verwerpelijke tactiek van een onwrikbare extremist om andersdenkenden uit de weg te ruimen. Hoe Venya zo wanstaltig fanatisch kon uitgroeien in zo'n korte tijd blijft een frustrerend raadsel in The Student.

Uiteraard is zijn hoofdpersoon voor Serebrennikov slechts een metafoor voor de huidige situatie in Rusland, waarin de macht van de orthodoxe minderheid groeit ten koste van de vrijheid van het individu. Venya is niet bedoeld als serieus uitgediept personage, maar als een satirische verschijning. Dat is jammer, want Svortsovs overtuigende spel is een genuanceerder uitgewerkt personage waardig. De charismatische prediker in de eerste helft van de film ontpopt zich slechts tot een bijzonder onsympathieke moordzuchtige fanaat. Die bovendien ook nog bijgestaan wordt door een overbodige volgeling, een verschoppeling in zijn klas die zegt zijn Woord te volgen, maar voorspelbaar slechts uit is op een homoseksuele relatie. Het reduceert Venya uiteindelijk tot een typetje in een toch al erg theatrale film, die de verontrustende dagelijkse werkelijkheid in Rusland wat al te opzichtig parodieert.

woensdag 25 januari 2017

Jurassic Park 2009/3D: Dino Showdown: Pachyrhinosaurus Clash


Year of release: 2013

Accessories:
-Dino Damage wound patch
-Gunner Gordon figure
-Machine gun with ammo strip


Description: this medium sized quadruped figure stands in a rather static posture, its legs all neutrally posed instead of hinting at movement. All four legs are poseable though, and pulling the right hind leg back makes the bulky neck tilt upward, the big head along with it, as if the creature is giving a head butt. The head is attached by a ball joint, and is thus capable of being posed both side to side and up and down. However, its range is limited due to the shape of the neck, but it still makes for decent poseability. The lower jaw can also move downwards. On the right flank a dino damage wound is located which can be covered up by a skin patch to hide the dark red muscle tissue underneath.
This particular Ceratopsid figure sports a more elaborate paint job than commonly seen on similar figures. The legs, flanks, sides of the neck, most of the tail, back of the head frill and parts of the head are painted simple brown, while its underside (throat, belly and front half of the lower tail section) is coloured yellowish beige. On the flanks this beige is suggested to gradually change into brown, and so appears darker. The Pachyrhinosaurus sports four stripes of the same beige on each upper leg, while most of the head and frill are painted in the same colour. A large, thick blue stripe runs from the neck over the back to the front part of the tail, accompanied by beige lines on each side. On the neck these blue and beige stripes form a swirly leaf like pattern. At the very top of the neck and back a row of bumps is found, which is all coloured dark grey, almost black even. Three similar rows of bumps of the same colour are located on the frill, running down over the nose and ending on the big parrot like beak. The middle row features a number of horns, including two massive ones on the snout. Additional horns of a smaller size and a more curved nature are found on the top and sides of the frill, with one more on each chin. The head and frill are adorned with a number of blue spots surrounded by yellow lines. The eye sockets, containing small golden eyes with black pupils, are also blue. The creature's tongue is brown, while the claws on the feet are painted black and a large white JP logo is located on the right upper leg.
This Dino Showdown set comes with a black human figure named Gunner Gordon. This military looking character too stands in a neutral pose but is fully poseable considering the ball jointed arms and legs and the extra articulation provided by the upper torso, head, knees and elbows, as well as rotatable hands and feet. Gordon's hair style is quite rastafari, with dreadlocks and hair strings extended at the back of his head. This hair is coloured dark brown with lighter brown highlights. Gordon has a rather expressive, agitated look on his face, along with a goatee and eye brows of the same colour as his hair. He has white eyes with black pupils, and carries what appears to be an orange ear ring in his left ear. He wears a predominantly green jump suit, while his torso is protected by a light grey jacket, along with extra pockets up front and a silver zipper in the middle: this jacket hangs a little loose, suggesting it's removable, but it's not unless you care to damage the figure. More detailing can be spotted underneath the jacket, but it's hard to tell without removing it. Around his knees and elbows he has black bands covered with protective pads, light green on the knees and silver on the elbows. He also has a grey belt around his waist, additional silver shoulder pads and black gloves with more silver pads. He wears black boots with light brown covering.
Gunner Gordon lives up to his name thanks to the addition of a machine gun to this set. It's a simple, long black gun, and it comes with a removable support that can be attached to the front so Gordon can use the gun for taking shots at rampaging dinosaurs when lying low. The gun comes with a long silver strip of ammo rounds, that can be attached to its left side, but can't be pulled clean through it. Gordon's accessories do not come with an action feature of their own. A hole in Gordon's back hints at this gun being able to attach to his back, but oddly enough there's no peg located on the gun itself that fits in said hole.



Analysis: Hasbro pleased us all around the time of the 3D re-release of the first Jurassic Park movie when it let loose this awesome set in TRU stores. Not only does this Dino Showdown consists entirely of new figures, the Pachyrhinosaurus also is a new species in terms of Jurassic Park dinosaur toys. And it's quite a tough looking one too, adorned with big horns on its snout and a huge intimidating neck frill. This Ceratopsid definitely looks more aggressive and mean than any of its herbivorous predecessors, making it a solid match for any rampaging carnivores out for a bite of its flesh! Nevertheles, it can be wounded, as indicated by the triumphant return of an age old, well remembered JP toy action feature, the removable dino damage wound. The piece fits in tightly but is easy to remove and to put back. If the creature lets you of course, since it's equipped with a particular powerful head butting action. Of course, this is a rather predictable attack option for any Ceratopsian dinosaur figure, but it works remarkably well, delivering a powerful blow to any antagonist unlucky enough to stand in its path. It's sure to knock over many figures and vehicles, including all human figures, like Gunner Gordon.
Gordon is a less impressive addition to the set but makes for a good victim for this creature's onslaught. Sadly for him, he does not come with any weaponry equipped with decent dinosaur repelling action features, but at least he's fully poseable and might apply that fact to getting out of the animal's path. Gunner's look is quite interesting, as he's one of the few African-American human figures in all of the JP toy lines, as well as the first with such a wild hairdo.
However, it's most likely anyone buying this set will consider the Pachyrhinosaurus the main part, as they ought to. It features a funky paint job, quite colourful but not over the top, and it's more poseable than most dinosaur figures (though not as much as its Allosaurus counterpart). The movements of the head (including the lower jaw) are quite nifty, though it's a shame the shape of the neck is causing the head to almost hit the ground. It makes the animal appear to be grazing peacecully when not in use, but it can also cause paint wear on the beak if the head butting action makes the head swing back with force. Nevertheless, it's a minor complaint in regard to one of the most imaginative and original dinosaur sculpts yet. Hopefully this set won't prove to be the last time Hasbro gave the JP toy community a pleasant surprise in the shape of a fine new sculpt.

Playability: pretty good for a quadruped dinosaur figure. Though the limbs are not nearly as poseable as those of the Allosaurus of the same toy line, all four of them can be posed. The neck can move up and down, while the head can be posed both sidewards and upwards thanks to the ball joint, making for a good range of movement. The lower jaw's additonal poseability is also a blast. Though the attack option is far from unique (basically an obligatory option for Ceratopsian figures), it works as good or better than on any and all previous JP figures that came with the same feature, making for a powerful head butt that can knock down any small and medium figure in its way. As always, having a dino damage wound that can be covered up is the best way to go, as this figure demonstrates. Gunner Gordon also is quite poseable, more so than any previous human figures, but the lack of action options his weaponry provide is a bit of a downer. Against this angry elephantine animal, Gordon would need more than just a lousy machine gun to keep him alive.

Realism: Pachyrhinosaurus was not present in any of the Jurassic Park movies and has not been done as a JP figure before. Scientifically speaking, it's fairly accurate, though its bull like neck is much too thick and muscled. This species of Ceratopsid is notorious for its wide range of wildly diverse takes on the shape of its head, particularly the neck crest and horns. This figure too takes some creative license in that regard, especially looking at the shape and size of the crest and the big horns on the snout. However, they're not as outrageous as some previous Pachyrhinosaurus figures around: Tyco's Dino Riders Pachyrhino still beats them all in terms of rampant creative freedom over established accuracy. The body's size compared to the human figure it comes with is about right.

Repaint: no. For the first time in many years in the history of JP toys, this is an all-new set of figures.

Overall rating: 8/10. A solid new sculpt of an intriguing species never done before in previous JP toy lines. Poseability is a little less compared to its Allosaurus counterpart, but its attack feature works a lot better and the removable dino damage is always a welcome sight. This figure at the time of its release wasn't hard to find in the US, but was only available there. It has since become more scarce because it was so sought after. But it's still certainly worth the effort of tracking down.


zondag 15 januari 2017

Today's Review: Brimstone




Het duurde zeven jaar en bleek een project vol tegenslagen, maar Martin Koolhovens passieproject Brimstone is er eindelijk van gekomen. De moeizame totstandkoming was haast net zo'n hel als het Bijbelse equivalent waarnaar de film veelvuldig verwijst. Het moet gezegd worden, Brimstone is een indrukwekkende film, maar doet slechts sporadisch denken aan het westerngenre waaraan Koolhoven dikwijls zijn liefde verklaarde. De western zoals de meesten die kennen is hier amper aan de orde, maar blijkt verdraaid en zelfs geperverteerd tot een shockerende belevenis die meer wegheeft van een volbloed horrorfilm - met een intrigerend Nederlandse invalshoek - slechts gesitueerd in de 'Old West'. Het is juist die groteske draai aan een overbekend genre dat Brimstone tot een verrassend eindproduct maakt, hoewel niet iedereen Koolhoven die originaliteit in dank zal afnemen.

"Ik zal je vertellen over de hel. Je hebt je vast afgevraagd hoe het er moet zijn. Het is veel erger." Aldus spreekt de sinistere prediker, vers aangekomen in een strenggelovig pioniersgehucht, zijn parochie toe. De jonge moeder Liz zit in de zaal en kent de hel die deze man met zich meebrengt. Want hij is een niet aflatende Geest der Wrake die haar al haar hele leven achtervolgt, vastberaden haar te straffen voor haar zonden. Algauw stort haar vreedzame leven in en dreigt ze al haar familie aan de maniakale man Gods te verliezen. Koolhoven vertelt de strijd tussen de onderdrukte Liz en de onderdrukkende dominee in een viertal hoofdstukken, waarbij hij opent in het heden ('Openbaringen'), vervolgens twee maal in het verleden graaft ('Exodus' en 'Genesis') alvorens het conflict in het laatste hoofdstuk ('Vergelding') tot een grimmig einde komt. Tussendoor trekt hij een beerput van gruweldaden en vrouwenhaat open, die de kijker tweeënhalf uur murw slaat. Het voelt soms exploitatief, maar het is Koolhoven niet te doen om het expliciete (naar!) of suggestieve (nog naarder!) geweld. Brimstone is een strijd om het bestaan, zoals in zoveel westerns, zij het vanuit een vrouwelijk perspectief, in een verstikkende wereld waarin het ene geslacht heer en meester over het andere is. Met dank aan het vanuit Nederland geëxporteerde orthodoxe calvinisme.


Uit het relaas van Liz blijkt dat religie al haar hele leven een vrijbrief is voor haar fysieke en geestelijke onderdrukking. Ze werd geboren in een gemeenschap van naar het westen geëmigreerde Hollanders, die in hun religieuze waanzin meenden Gods uitverkoren gemeenschap te zijn. Dat gold alleen voor de mannen, want de vrouwen mocht al het kwaad aangedaan worden dat de Bijbel opsomt. Liz' moeder was weinig meer dan de slavin van de dominee en werd met een luguber ijzeren gezichtsmasker gestraft voor het verkondigen van een eigen mening. Liz nam op jonge leeftijd de benen om te eindigen in een hoerenkast, waar ze desondanks meer geluk vond dan in haar ouderlijk huis. Een tweede ontsnapping aan de prediker kostte haar haar tong. Nu moet ze opnieuw de strijd met hem aangaan om niet alleen zichzelf maar ook haar dochtertje van diens kwaad te bevrijden. Een jonge vrouw op de vlucht voor een haast onkwetsbare, demonische priester roept bovenal het gevoel van een horrorplot op. Het vele bloedvergieten lijkt dat te onderstrepen, maar voor Koolhoven is dit slechts een uitvloeisel van de bikkelharde worsteling om te overleven in het wilde westen. Geweld is daar altijd een essentieel onderdeel van geweest.

Wie op zoek gaat naar typische westernelementen zal ze zeker vinden. Weidse woestijnlandschappen, joviale hoeren en pistoolduellen zijn alle aanwezig, maar meer op de achtergrond dan verwacht. En bovendien vaak vervormd. De mysterieuze gunslinger is hier bijvoorbeeld geen nobele revolverheld die het onschuldige meisje zal redden. Koolhoven kent zijn westerns, maar citeert opvallend spaarzaam uit het genre. Het is hem niet om een hommage te doen, maar om het aanbrengen van een eigen draai. Die vond hij in dit Nederlands getinte verhaal over Amerika's religieuze wortels. Niet geheel verwonderlijk had het buitenland wat moeite met de overdadige seks- en geweldscènes, waardoor de film maar met moeite financiering kon vinden. Weinig studio's durfden hier hun vingers aan te branden. Het is echter die unieke kruising die de film zijn intrigerende meerwaarde geeft.



Gelukkig gaan de acteurs helemaal mee in Koolhovens tegendraadsheid. Dakota Fanning schudt effectief haar tienerimago van zich af om volwassen te worden als actrice in de rol van mannetjesputter Liz die weigert zich de mond te laten snoeren. Kit Harington zet zijn vetste Amerikaanse accent op als schimmige outlaw. Het is echter Guy Pearce die de meeste indruk achterlaat als de angstaanjagende fanaat, die mét Nederlands accent onheilspellende Bijbelcitaten prevelt. Koolhovens afdelingshoofden, allen Nederlanders, staan garant voor een stijlvolle aankleding en beeldschone cameravoering, wat het tekort aan westernlandschappen ruimschoots compenseert. Als zelfbenoemde western zal de film desondanks verkeerde verwachtingen scheppen en de gruwelen zullen velen niet kunnen behagen, maar Koolhovens Brimstone is beslist een waardevolle Hollandse toevoeging aan een beproefd Amerikaans filmgenre.

woensdag 11 januari 2017

Jurassic Park 2009/3D: Dino Showdown: Allosaurus Assault


Year of release: 2013

Accessories:
-Dino Damage wound patch
-Ash Skullstriker figure
-Bow and arrow
-Sword holder with two swords
-Gun


Description: this bipedal carnivore takes on a neutral posture, but this can be remedied since it sports a score of points of articulation not seen before on a JP dinosaur figure. For starters, there is the attack option: moving its right arm up and down causes the neck to swivel left and right (which can also be done without pushing the arm). Furthermore, the lower jaw and head itself can be posed downward, while the head can also swivel left and right. The arms can move up and down and rotate in a full circle thanks to ball joints. The legs can move back and forth, as can the feet: the latter too can rotate thanks to ball joints. On the right flank, a dino damage skin patch can be applied (or removed, depending on where you started): beneath it is found dark red muscle tissue and white ribs. To differentiate this Allosaurus from similar looking big carnivores like T-Rex, it is adorned with typical Allosaur traits: ridges are found above the eyes and nose, a line of feather like appendages runs over the back of the head and neck, and the back and the front half of the tail and various small horny nobs are found on its back. Such features give a rather rugged, savage look to this particular predator.
This theropod sports a fairly colourful paint job. The dominant colour is blue, which can be found anywhere except on the top of the back and head and on its underside (lower part of the belly and tail, throat, hind parts of the arms, legs and feet) which are coloured beige instead. The top of the head and the facial ridges and various protrusions on the neck and back are covered brownish orange, while the spikes on the back are also blue. On the neck, back and front section of the tail, darker orange shapes are found in a symmetrical pattern with smaller white spots and stripes in their center. The front part of the feet sports the same dark orange colouring. Claws on both fingers and toes are painted black. The small eyes are red with yellow irises and black pupils. The creature has white teeth and a dark pink tongue, while a large white JP logo can be spotted on its right upper leg.
Pitted against this Allosaurus is a human character named Ash Skullstriker. This muscular character too stands in a neutral pose but is fully poseable considering the ball jointed arms and legs and the extra articulation provided by the upper torso, head, knees and elbows, as well as rotatable hands and feet. Ash wears dark green pants, a black shirt and black boots and gloves. The pants sport an empty gun holster on the right leg and a big pocket on the left. This guy wears a brown vest around his torso covered with various pockets and even a grenade on the front: the vest appears to be removable, but is attached tighter than it seems, so removing it might damage it or the figure. Ash has dark grey hair and a goatee and eye brows in the same colour, while his white eyes carry black pupils. To top it all, he sports a black tattoo of an Allosaurus skull and two arrows underneath on his lower left arm.
Ash comes with numerous weapons to defend himself against the Allosaurus. He has a black bow and arrow (attached to one another, so no separate arrow that can be fired) a small black gun that can fit in the aforementioned holster, and a brown pouch that carries a black double sword holder, with a pin on it that can be attached to Ash via the hole in his back. Two swords complete his arsenal, both silvery grey with black handles, a long one and a shorter one.


Analysis: we had to wait for good new sculpts for over a decade, but our patience was finally rewarded when the Dino Showdown packs hit TRU stores in 2013. The Allosaurus Assault was one of this pair, and by far the coolest set released by Hasbro since 2001! Prime attractor in this set is the medium sized Allosaurus, a ferocious looking predator with a number of poseable body parts not seen on any JP figure before, making it a definite break in style with the past and a good sign for future releases to come. However, the new is mixed with the old as indicated by the triumphant return of the age old removable dino damage wound! Fans had been clamouring for this particular action feature for many years – mainly because of Hasbro's fervorous fondness of having their dinosaur figures display large wounds that could not be covered up – and it appeared somebody was listening. The piece fits perfectly on the figure's flanks and sticks on pretty solidly, despite not being embedded into soft 'real feel' skin as on the classic Kenner figures, since this theropod is made mostly out of hard plastic instead. Apart from taking wounds the Allosaurus also can give them to antagonists with his head thrashing action, which also is not a new feature. It works less impressively, making the head and neck swivel a little left and right when the right arm is pulled. It looks better if the animal has prey between his jaws, in which case it appears to violently swing its victim around.
Ash could sure fill the part of that victim. Like his prehistoric adversary, he is fully poseable and looks quite butch, definitely not someone to mess around with. However, his weapons carry no action features to back this up, they're mere accessories. They will not help him if the Allosaurus decides to make a snack out of him, grabbing hold of his body with its vicious jaws which can open surprisingly wide. Despite his tough appearance - and funky tattoo!- Ash really doesn't stand a chance against the creature, ready to have his own skull struck, but at least he looks cool when fully armed, reminiscent more of a G.I. Joe soldier than a JP figure, but that's no problem since dinosaurs don't really care much about aesthetic qualities in their food.
Overall, this is a terrific new dinosaur figure, almost redeeming Hasbro for its lack of care over the last decade where the JP franchise is concerned. It looks cool, moves cool and bleeds cool. Like many recent Hasbro figures it has a colourful paintjob but not as ridiculous or excessive as on the JP 2009 repaints. Still, the white/beige could have been toned down a bit, but it's a minor complaint considering we got such a great new figure at all. Hopefully, Hasbro will continue travelling down the road they started with this Allosaurus (and its herbivorous counterpart, the Pachyrhinosaurus) and deliver similarly awesome dinosaurs instead of once again resorting to needless repainting.

Playability: excellent. As stated before, the number of points of articulation on this dinosaur is greater than on any of its predecessors, making it one of the most poseable JP dinosaur figures to date. Especially nifty is the poseability of the head and lower jaw. Its head thrashing option by comparison is rather dull and uninspired, but works fine enough despite being connected to the right arm. The removable dino damage piece is a grand action feature as always. The only real downside to the Allosaurus is an issue of balance: it has an unfortunate tendency to tip over unless standing quite upright. It's also prone to paint wear: rough play will definitely not make this animal look more handsome. Its human companion Ash is also more poseable than any human figure before. However, his accessories sport no action features of their own other than being able to attach themselves to their owner. Too bad, Ash could have used a bow that can actually fire arrows to defend himself from the Allosaurus' eager teeth.

Realism: pretty good actually. Of course no Allosaurus has yet been seen in a JP movie, and so it's not based on anything directly, but this release is a definite step-up from the only other Allosaurus from JP toy history, the one from the TLWS1 Medical Center set. It's roughly the same size, but sleeker, more bird like in design. It's definitely one of the more scientifically accurate JP toys yet released, representing a rather up-to-date look of this late Jurassic hunter. The typical Allosaur facial ridges are present, while the appendages on the neck and back are added to make it look more dastardly. Its size compared to the human figure it comes with is fairly close to the real deal. Overall, dinosaur toy fans may be reminded of the Papo Allosaurus, which could very well have been a genuine inspiration for this particular action figure.

Repaint: no. For the first time in many years in the history of JP toys, this is an all-new set of figures.

Overall rating: 9/10. An excellent new entry into JP toys lore and at the time a grand promise for the future, this Allosaurus is one of the best dinosaur figures released by Hasbro ever. It looks fabulous and quite accurate and is very poseable. Its action feature (and the lack of action features from Skullstriker's accessories) isn't particularly appealing, but the removable dino damage wound patch and overall design of the beastie make up for it in spades. This set was only released at Toys'R'Us in North America and as such can prove hard to find for enthusiasts in other territories, especially a couple of years down the road. However, it's well worth tracking down.