vrijdag 9 juni 2017

Today's Review: Howards End




Tussen alle ophef die momenteel heerst in het EYE Filmmuseum rond het Scorsese-retrospectief en het Cinema Erotica-evenement zou je het bijna over het hoofd zien, maar er verschijnt deze maand ook een 'reguliere' klassieker in een glanzend nieuw jasje. Howards End verjaart anno 2017 voor alweer de 25ste keer, wat reden genoeg is voor EYE om een fraai gerestaureerde kopie in roulatie te brengen. Geen slechte keus, want de door James Ivory weelderig geregisseerde registratie van een bikkelharde klassenstrijd die sluimert onder typisch Engelse deftigheid mag zich nog steeds scharen onder de fraaiste Britse kostuumdrama's.

Liefhebbers zullen Ivory herkennen als de man die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw een specialisatie voor het kostuumdrama ontwikkelde en de ene na de andere geslaagde toevoeging aan het genre regisseerde. Het werk van schrijver en landgenoot E.M. Forster vormde daarbij een dankbare bron, die met Howards End leidde tot Ivory's beste werk. Het meeslepende romantische drama bleek goed voor negen Oscarnominaties, waarvan er drie verzilverd werden. Desondanks is de algemene kennis over Ivory's klassieker, zo niet zijn hele oeuvre, sterk naar de achtergrond verplaatst. Tijd om Ivory's goede oude tijd weer eens te doen herleven, dachten ze bij EYE ongetwijfeld.

In Howards End neemt Ivory ons mee terug naar het Edwardiaanse tijdperk, zo rond de eeuwwisseling. Een tijdperk vol verandering en sociale onrust, waar de regisseur meermaals dankbaar gebruik van maakte in zijn werk, waarin de standenstrijd een doorlopend thema vormt. Dat geschil wordt in deze film belicht vanuit het standpunt van twee families, de welgestelde Wilcoxes en de ruimdenkende Schlegels uit de middenklasse. Inzet is het Howards End uit de titel, een schitterend landhuis dat toebehoort aan de stervende Ruth Wilcox. De oude vrouw sluit in haar laatste maanden een onwaarschijnlijke vriendschap met de vrijgevochten Margaret Schlegel (de rol waarvoor Emma Thompson terecht haar Oscar verdiende) en schenkt haar op haar doodsbed het huis. Dit tot woede van haar familie, die al het bewijs van de overdracht vernietigt. Maar het lot neemt een frappante wending als de weduwnaar Henry Wilcox Margaret tot ieders verrassing ten huwelijk vraagt. Een onwaarschijnlijk verbond tussen een conservatieve oudere zakenman en een intellectuele jongere dame, goed voor dramatische dynamiek en sociaal vuurwerk tussen de diverse maatschappelijke standen.


EYE heeft puik werk verricht met het oppoetsen van Howards End, want de wereld van de overdadig formele Britse high society spettert als nooit tevoren van het scherm. Toch is de beeldkwaliteit niet zo gladjes scherp als bij sommige digitale verfraaiingsbeurten in 4K. De soms wat merkwaardige scèneovergangen zijn gebleven en de film heeft visueel de onmiskenbare esthetiek van de vroege jaren negentig behouden. Howards End mag gerust zijn leeftijd verraden. Dat was hoe dan ook onvermijdelijk als we de jongere versies van de crème de la crème van de Britse acteerwereld met groot genoegen terugzien. De jeugdige Emma Thompson en Helena Bonham Carter schitteren wederom als de vooruitstrevende zusters Schlegel, die zich in een haat-liefdeverhouding geplaatst zien met de onwrikbare zakenman Henry, waarvoor Anthony Hopkins heerlijk heen en weer schmiert tussen vilein en sympathiek. Dat alles in een onweerstaanbare setting vol bruisende jurken en stijlvolle maatpakken, weelderige sets en de mooiste vroege automobielen ooit op het witte doek. Maar feitelijk slechts allemaal decor in Ivory's vertelling van een conflict tussen de lagere standen en de rijke klasse, die van geen wijken wil weten ondanks de voortschrijdende modernisering. Zelfs niet in een letterlijk verstandshuwelijk.

Zo theatraal als Howards End worden kostuumdrama's vandaag de dag amper nog gemaakt. Of het moet voor de televisie zijn, met vergelijkbare waar als Downton Abbey, dat Ivory's werk meer dan waarschijnlijk als inspiratiebron benutte. Maar in de bioscoop lijken 'period films' die in vrijwel elke zin een 'heavens' of een 'jolly' laten vallen helaas hoe langer hoe meer een uitstervende soort. Dat is jammer in een wereld waarin de verschillen tussen arm en rijk, tussen progressief en conservatief en tussen ruimdenkende en beperkte wereldbeelden met de dag weer meer aan de orde lijken te zijn. Hoewel een zekere mate van oubolligheid Howards End niet ontzegd kan worden, blijkt maar weer dat Ivory's standenstrijd nog lang niet tot een einde is gekomen. Een Ivory-retrospectief is misschien ook niet zo'n slecht idee.

vrijdag 19 mei 2017

Today's Review: Ascent




Met vierduizend foto's een semidocumentair verhaal vertellen over een berg, je moet het maar durven. Fiona Tan doet precies dat in Ascent, een experimentele film waarin bewegend beeld geschuwd wordt, maar toch een verhaal verteld moet worden aan de hand van louter fotografie. En het hoofdonderwerp is niet eens een mens, maar een berg. Maar dan wel één van de beroemdste en meest gefotografeerde bergtoppen op aarde, de Japanse Fuji. Aan deze piek kleeft zoveel symboliek en geschiedenis dat Tan haar tachtig minuten makkelijk gevuld krijgt. Want Fuji is onlosmakelijk verbonden met het verleden, het heden en de toekomst van Japan en haar inwoners en dus goed voor een onuitputtelijke bron van verhalen. Tan brengt er een handjevol ter herinnering in Ascent, maar het feit blijft dat de film ondanks de dappere vorm toch een verzameling fraaie plaatjes voorzien van boeiende maar statische voice-overs blijft.

Wie verwacht dat een film die slechts bestaat uit fotografisch materiaal per definitie een documentaire moet zijn, komt bedrogen uit. Tan gebruikt de verzamelde shots tegen de verwachting in ook met een narratief doeleinde. In dat verhaal wordt een Engelse vrouw geconfronteerd met de door haar overleden Japanse geliefde bijeen vergaarde foto's van de berg Fuji. Ze probeert via deze foto's hernieuwd inzicht te krijgen in de Japanse geest, die ze weliswaar van dichtbij meemaakte, maar als buitenstaander nooit volledig kon begrijpen. Fuji is essentieel in die Japanse mindset. Zelfs voor niet-Japanners roept het iconische beeld van de berg direct associaties op met de haast ongrijpbare mystiek van het land van de rijzende zon, die wonderlijke natie waar eeuwenoude traditie en ongebreidelde moderne technologie zo eenvoudig hand in hand lijken te gaan. Fotografie is echter niet de meest moderne technologie, maar door haar langere geschiedenis voor Tan wel de ideale methode om Fuji te bezien, op een manier waarvoor film, fictie of documentaire tekort zou schieten.

Fotografie is immers de kunst van het stilstaande beeld en die onwrikbaarheid is nou net wat Fuji schijnbaar typeert. Het uiterlijk van Fuji is in wezen niet veranderd, van die alleroudste foto's uit het midden van de negentiende eeuw tot op de dag van vandaag. Fuji is simpelweg een onbeweeglijke natuurkracht die voor Tan alleen via fotografie begrijpelijk gemaakt kan worden. En daarin verschilt de berg niet veel van de mensen om haar heen. Want ondanks de technologische vooruitgang verandert de Japanse geest haast niet. Zij wordt misschien getemperd door de tijden, zoals in haar turbulente oorlogsverleden, maar blijft anderszins eveneens onwrikbaar. Tan illustreert dat door het voortdurende ontzag dat de Japanners koesteren voor hun berg te tonen in de veelzijdigheid van het fotografisch materiaal. Eeuwenoude, met de hand ingekleurde studiofoto's van bont gekostumeerde geisha's met een getekende Fuji op de achtergrond gaan hand in hand met hedendaagse kiekjes van toeristen genomen vanuit stedelijke vergezichten en het weidse platteland. Het is die diversiteit die Ascent boeiend houdt.
 

Voor Tan en haar hoofdpersoon wordt echter de beklimming uit de titel door de (op Fuji?) gestorven Hiroshi als leidraad genomen. Dichter bij Fuji dan op haar wonderschoon besneeuwde top kan men niet komen. Die beklimming is meer een ritueel dan een toeristische uitstapje, dat door duizenden tegelijk voltrokken wordt, als een soort bedevaart. Zoals de poëtische voice-over van Hiroshi - verleden tijd voor zijn vrouw, maar zeer in leven in zijn eigen vertelling van zijn 'close encounter' met de berg - vertelt zit Fuji in het Japanse bloed. Dat onderstrepen de verhalen die beide vertellers ons meegeven. Mythologie wordt moeiteloos afgewisseld met historische anekdotes. Zelfs het optreden van Fuji in de film King Kong versus Godzilla wordt aangehaald, waarbij de berg het decor vormt voor het titanengevecht uit de titel. Gelijk ook een strijd tussen Japanse en westerse iconografie, eveneens van toepassing op Fuji's historie. Als symbool voor Japan trachtten de Amerikanen tijdens hun bezetting na de Tweede Wereldoorlog die symboliek te breken door de berg zoveel mogelijk uit film en foto's te censureren. Een zinloze taak natuurlijk, want die berg staat er immers nog steeds in al zijn onbeweeglijke glorie, zo onderstreept Tans relaas treffend.
 
Die immobiliteit moet echter toch relatief beschouwd worden, want Fuji is en blijft een vulkaan en vulkanen zijn wispelturige natuurkrachten. Hoewel de laatste uitbarsting alweer meer dan driehonderd jaar geleden plaatsvond - ruim voordat de fotografie ten tonele verscheen, dus van het gevaar van Fuji geen beeldmateriaal - zal de berg uiteindelijk opnieuw haar vurige woede over haar omgeving uitstorten. "Foto's zijn ijs, film is vuur", meent Tan in Ascent, maar als vulkaan is Fuji beide. De fotografische benadering is gewaagd, maar toch te beperkt om de geest van Fuji waarachtig te vangen. Hoewel Tans opzet respect oogst door ondanks de beperkingen van het door haar gebruikte medium onze aandacht vast te kunnen houden, is een berg van Fuji's kaliber een dynamischer eerbetoon waard.

donderdag 13 april 2017

Today's Review: Their Finest




Terwijl Christopher Nolan voortploetert aan het werk voor zijn epische oorlogsfilm Dunkirk, brengt het bescheidener Their Finest die veldslag maanden eerder ter herinnering in de bioscoop. Het romantische drama heeft echter noch het budget, noch de pretenties van Nolans monumentale klus. Their Finest is bovenal een eerbetoon aan de vrouwen die achter de schermen het moreel van de belegerde Britten hooghielden, maar daar amper waardering voor kregen. Die krijgen ze nu alsnog in een lichtzinnig drama waarin romantiek en humor geslaagd hand in hand gaan met oneerlijkheid en oorlogsgruwel, zonder het laatste te bagatelliseren. Met dank aan een Britse topcast die alle inhoudelijke twijfel moeiteloos wegneemt.

Als het moreel van de Britse bevolking tijdens de Blitz beneden alle peil zakt, is het aan het medium film om de gemoederen weer op te peppen. Dat is niet makkelijk, want de meeste mannen vechten voor het vaderland terwijl de vrouwen hun positie in de industrie hebben overgenomen. En schrijven voor een overwegend vrouwelijk publiek blijkt niet iets waartoe Britse scenaristen overtuigend in staat zijn. De muizige Catrin Cole wordt ingehuurd om het vrouwelijke perspectief te belichten. Al snel blijkt die klus grootser dan verwacht, als haar idee voor een dramatische propagandafilm goedkeuring krijgt van het ministerie. Terwijl ze zich staande moet zien te houden in een onverbiddelijke mannenwereld, groeit haar project over de heroïsche evacuatie bij Duinkerken al gauw voorbij alle verwachte proporties. Met de film moet ze niet alleen de Britse strijdbaarheid opkrikken, maar ook de Amerikanen tot de geallieerde zaak verleiden. Tussendoor moet ze leren omgaan met ijdele acteurs, jaloerse scenaristen en wispelturige producenten. Om nog maar te zwijgen van een romantische driehoeksverhouding. Want ook Their Finest zelf is vanuit een overwegend vrouwelijk perspectief gemaakt.


Romantiek, humor, oorlogsdrama, propaganda, vrouwenrechten... Their Finest neemt een hoop hooi op haar vork. De Deense cineaste Lone Scherfig weet het echter tot een sympathiek geheel te breien. De film vertelt immers niet over de ellende in het platgebombardeerde Londen of Duinkerken, maar over de mentale strijd via de kracht van het medium film om het nationale defaitisme een halt toe te roepen. Om ons scepticisme omtrent humor tegen een oorlogsachtergrond te sussen, verzamelde Scherfig een indrukwekkende verzameling Britse acteurs. Jong talent als Sam Claflin en Jack Huston wordt aangevuld met veteranen als Bill Nighy en Helen McCrory, waardoor de kwaliteit van het acteerwerk verzekerd is. Spil in het verhaal is Gemma Artertons Catrin, een aanvankelijk naïeve jongedame die zich als ridder van de Britse zaak moet opwerpen en daarbij vooral mannelijke tegenwerking tegemoet ziet. Is het niet het onrecht van haar lagere salaris, dan wel de strijd met haar man om het recht van kostwinner. Arterton is altijd een genot om naar te kijken en haar ontwikkeling van overdonderde copywriter naar vastberaden producente in Their Finest vormt geen uitzondering op die regel.

Arterton krijgt effectief hulp bij haar lovenswaardige prestatie van haar tegenspelers, waarbij vooral Nighy de show steelt als een voormalig steracteur die zich door zijn leeftijd geconfronteerd ziet met een gebrek aan respectabele rollen. Zijn verontwaardiging over het vertolken van een aan lager wal geraakte zeeman zorgt voor hilarische momenten, evenals diens coachen van een talentloze Amerikaan in een essentiële rol. Het rijke acteursensemble neemt de clichés over de zelfingenomen filmwereld met zichtbaar plezier op de hak. Their Finest vormt een liefdevol eerbetoon aan de aloude kunst van het filmmaken. Bijzonder charmant is de scène waarin een grootse troepenmacht op het Franse strand onthuld wordt als schildering, waar een acteur in close-up doorheen banjert en de illusie verstoort. Feitelijk weinig verschillend van Nolans Dunkirk, waarin bordkartonnen troepen de figuranten moesten aanvullen. Zoveel is er sindsdien niet veranderd in de filmindustrie, bewijst Scherfig op aanstekelijke wijze.

Gelukkig geldt hetzelfde niet voor de positie van de vrouw. Their Finest kent vrouwelijke aanwezigheid in alle sleutelrollen. Hoewel de film niet gebaseerd is op een daadwerkelijk propagandaproject, doet dat geen afbreuk aan de voorgangers van de huidige generaties filmvrouwen, die zich omringd zagen door hun jaloerse en vijandige mannelijke tegenhangers. De angst voor het groeiende feminisme dat de industriële aanwezigheid van vrouwen in de hand werkte, wordt helaas slechts en passant aangestipt in Their Finest. De film trekt liever tijd uit voor een geforceerde driehoeksverhouding tussen Catrin, haar echtgenoot en haar naaste collega, waarin haar eigen wensen niet voorop staan. Hoewel dit subplot afleidt van het hoofdverhaal, kent het toch een verrassende wending die illustreert hoeveel vrouwen opgaven voor het landsbelang, ook nadat de strijd was gestreden. Dat vrouwen niet actief waren aan het front wil niet zeggen dat ook zij niet alles opofferden voor de goede zaak. Een vlugge blik op de castlijst van Dunkirk verraadt de vrouwelijke afwezigheid in Nolans film, waarmee het belang van die boodschap van Their Finest treffend onderstreept wordt.

zaterdag 11 maart 2017

Oscars 2017: The Results





A little later than planned, here's the breakdown of just how accurate my well informed analyses/random guesses into the whole 2017 Oscar circus were. As a whole, I mostly agreed with the Academy's winning choices, but there were a number of wins - politically driven, I'm sure, which I don't even really mind (I just hate being in the wrong) - I disagree with vehemently. Oh well, it makes the whole annual affair that much more interesting...

Best Film:
First Choice: Correct. I didn't watch the ceremony live, so I didn't hear about the big winner screw-up until well after, but I never really doubted Moonlight winning. That movie deals with heavy themes like identity, ethnicity and sexuality, while La La Land is mostly plain fun. And the Academy's track record of rewarding plain fun is far from stellar.

Best Actor:
First Choice: Correct. Even though I wasn't wholly impressed by Casey's performance myself, I can say the same thing for the other nominees. All of them delivered strong performances, but none that will prove truly memorable. In this case, the buzz proved correct, and I just merrily went along with the buzz, I'll admit.
  
Best Actress:
First Choice: Incorrect. This choice I feel is undeserved. Stone did a fine job, but so did her male counterpart Gosling, also nominated (but for Best Actor, obviously). Point is, La La Land was a two-person job in terms of acting. In my mind, the pair carried the movie, not just the girl or the boy. Stone winning I feel is degrading to Gosling, who was equally up to his job, but is left in the cold. On the other hand, my choice, Natalie Portman, had to carry an entire movie by herself, demanding emotional intensity in every scene. She delivered just that, which makes Stone's win all the harder for me to bear. At least Portman already has one of those gold statues in her possession.
Second choice: Incorrect.



Best Supporting Actor: 
First Choice: Correct. No surprise here. Though I sense some political motivation for both this and the next category may also have been involved, to prove #OscarsSoWhite wrong. I don't mind, I fully agree with both choices.

Best Supporting Actress:
First Choice: Incorrect. In this case it's clear why one should watch a movie before judging its performances. I didn't have that option, because Fences was released locally rather late in the awards season, well before I posted my predictions. If I had seen it earlier, Viola Davis would have been on top of my list. Quite a strong show!
Second choice: Incorrect.

Best Director:
First Choice: Incorrect.
Second choice: Correct. Like I said, whoever wins Best Film won't win Best Director. I put all my money on Moonlight, but by my own reasoning, this one was gonna go to La La Land. Which it did.

Best Screenplay:
First Choice: Correct. In hindsight, I think the year's strongest script was Hell or High Water's. But I didn't think it would win.

Best Adapted Screenplay:
First Choice: Correct. As it should be.

Best Animated Film:
First Choice: Incorrect.
Second choice: Incorrect. Now this one makes me mad. Zootopia was a great film, no doubt. But it wasn't in any way innovative, nor was its animation so superb as in my own two choices. I really feel Zootopia's underlying political message was what won the Academy over, rather than the actual animation which this category is supposed to honour. I remain convinced this was the year's biggest snub on the part of the Oscars, and I'll always defend both The Red Turtle and Kubo and the Two Strings over Zootopia.



Best Foreign Film:
First Choice: Incorrect. Also a politically motivated win, a clear anti-Trump statement. Director Ashgar Farhadi won, but wasn't allowed into the country to pick up his Oscar, making the USA look bad (and rightfully so). However, Toni Erdmann is definitely the better movie, and I've noticed most fellow critics tend to agree.
Second choice: Correct.

Best Cinematography:
First Choice: Correct. Here's where La La Land starts to take most of the technical acclaim.

Best Editing: 
First Choice: Incorrect.
Second choice: Incorrect. Okay, so not this one. But I was never very impressed with Hacksaw Ridge in whatever way.

Best Production Design:
First Choice: Correct.

Best Costume Design:
First Choice: Incorrect.
Second choice: Correct. Poor Jackie really got screwed over well.

Best Hair and Make-up:
First Choice: Incorrect.
Second choice: Correct. Like I said, Suicide Squad deserved to win and surprisingly enough, it did. I don't mind being wrong on this one.

Best Score:
First Choice: Correct. No-brainer.

Best Song:
First Choice: Correct. I preferred the other song for which La La Land got nominated though.

Best Sound Mixing:
First Choice: Incorrect.
Second choice: Incorrect. Wow, this one came as an unwelcome surprise. Where's the time the sounds of Star Wars were the safest bet in the galaxy?




Best Sound Editing: 
First Choice: Incorrect.
Second choice: Correct. Hmm, La La Land didn't actually win so many technical awards after all. I'm glad Arrival reaped some reward.

Best Visual Effects:
First Choice: Correct. Very obvious choice.

Best Documentary: 
First Choice: Correct. Also no surprise.

Correct: 11
Second choice: 5
Incorrect: 5

Big reveal here is my number of Corrects and Correct Second Choices has remained the same compared to last year. So I remain consistent. But there's also no improvement. Story of my life I suppose.

donderdag 2 maart 2017

Today's Review: Logan




Weinig filmsterren zullen hun doorbraakrollen zo trouw zijn gebleven als Hugh Jackman. De acteur kruipt in Logan voor de negende keer in de huid van de mutante mannetjesputter Wolverine. Hij heeft deze rol zo'n zeventien jaar lang gedragen, te beginnen met X-Men, de film die de aftrap vormde voor het niet meer uit de bioscoop weg te denken superheldengenre. Sindsdien hebben we zo veel superheldenfilms voorbij zien komen dat de beperkingen van het genre zich opdrongen. Logan bevestigt die beperkingen maar haalt ze eveneens hard onderuit, in een film die het 'super' uit haar superheld haalt, maar daarmee paradoxaal genoeg een nieuw hoogtepunt vormt voor de superheldenfilm. Hugh Jackman speelt de onsterfelijke mutant voor de allerlaatste keer, als nooit tevoren. Hij bewijst daarmee dat we Wolverine zullen missen.

Anno 2029 is de maatschappij er niet al te best aan toe. Postapocalyptisch is het nog net niet, maar fijn is anders. In deze naargeestige wereld slentert een gebroken Logan door het Texaanse landschap. Hij zuipt, hij vloekt en heeft weinig op met de wereld om hem heen. Hij slijt zijn dagen met een lullig baantje en het zorgen voor een stokoude, dementerende Charles Xavier (die andere grote X-veteraan, Patrick Stewart). Zelf is hij fysiek niet veel beter af: zijn genezingsgave geeft langzaam de geest, de ouderdom haalt hem rap in. Vechten voor de goede zaak is niet meer aan de orde, de andere X-Men zijn dood en het mutantenras is vrijwel verdwenen. Als het mysterieuze meisje Laura zijn hulp nodig heeft, wijst hij haar nors de deur. Wanneer Logan geconfronteerd wordt met de Reavers, een groep cyborghuurlingen onder regie van een schimmig geneticaconcern, blijkt dat het kind behept is met bovenmenselijke krachten die beangstigend veel op de zijne lijken. Vervolgens slaat het trio op de vlucht met de onvermurwbare schurken in hun kielzog, die vastberaden zijn ook deze laatste mutanten uit de weg te ruimen.


Wolverine was altijd al een ruige kerel, maar in Logan is hij lomper en asocialer dan ooit. Hugh Jackman speelt diens laatste aria met meer bezieling dan ooit. Al die jaren heeft hij zich feitelijk moeten inhouden, maar nu mag hij helemaal los gaan dankzij een voor de X-franchise ongekende leeftijdskeuring. Die 'R rating' (tot en met zestien jaar uitsluitend toegang onder begeleiding van een volwassene) is volkomen terecht. Liefhebbers van het explicietere hak-en-snijwerk komen ruim aan hun trekken; de ledematen vliegen ons om de oren en het taalgebruik is grover dan ooit. Zelfs de altijd zo correcte Xavier maalt niet om een krachtterm meer of minder (tot zichtbaar plezier van Stewart). Logan lijkt wat dat betreft geïnspireerd door het vorig jaar verschenen anarchistische Deadpool, met het verschil dat hier een serieuzere toon wordt gehanteerd. Ouderdom is immers niet om te lachen en in deze grauwe toekomst is sowieso weinig ruimte voor relativerende humor. Laat staan voor superhelden.

Regisseur James Mangold heeft weinig op met de stereotiepe superheld. Ook in voorganger The Wolverine toonde hij meer affiniteit met de menselijke kant van Logan dan met diens krachten. Als Laura hoop put uit X-Men comics - een originele sneer naar het bronmateriaal - spot Logan hiermee door te beweren dat het allemaal een verzinsel is, geen realiteit. Superhelden bestaan niet. Toch werpt hij zich op als haar beschermer, in een parallel met de meermaals geciteerde klassieker Shane. Logan voelt inderdaad meer als een western dan als een superheldenspektakel, wat nog onderstreept wordt door de zuidelijk-Amerikaanse setting vol stof en kogels. De twee genres laten zich onder Mangold treffend kruisen. Uiteraard kent Logan de nodige shootouts met de bad guys, hoewel de eenzame strijder gewapend is met klauwen in plaats van een revolver. Die booswichten laten zich overigens erg makkelijk in stukjes hakken. De Reavers zijn dan ook bijzaak voor Mangold, die niets opheeft met clichématige malle schurken zoals cyborgs.

Logan is bovenal zijn eigen ergste vijand. Zijn haperende genezingsfactor zorgt voor een langzame adamantiumvergiftiging en zijn eigen bloed wordt tegen hem gebruikt door hem te klonen. Het is dit diep persoonlijke conflict met zichzelf dat Logan zijn meerwaarde geeft, want de film weet met haar plotlijn over een bedrijf dat gekloonde mutanten als supersoldaten wil inzetten een gevoel van déjà vu niet te vermijden. Dat gegeven zagen we alleen al in de X-films tig keer voorbijkomen. Logan teert niet op het wat voorspelbare plot, maar vooral op de menselijke personages. Beide generaties gooien hier hoge ogen, want de jonge Dafne Keen geeft formidabel tegengas aan Jackmans heerlijk onsympathieke ouwe knar. De verwantschap tussen Laura en Logan is onmiskenbaar, het stokje mag gelijk aan het jonkie doorgegeven worden. Toch is het Jackman die de meeste indruk achterlaat, voor het laatst in de rol die hem groot maakte, maar hier zo anders gespeeld dan gebruikelijk. Schrijnend, dat we juist dankzij diens zwanenzang toch meer van Wolverine willen zien.

zaterdag 11 februari 2017

Today's Review: Paterson




"Ik maak liever een film over een man die zijn hond uitlaat dan over de keizer van China", sprak indie-regisseur Jim Jarmusch ooit. Met Paterson heeft hij nu woord gehouden. De nieuwste film van de minimalistische regisseur moet het inderdaad niet van markante, kleurrijke personen hebben, maar juist van de alledaagse realiteit die de meesten van ons ondergaan. De herkenbare werkelijkheid van normale mensen die een dagelijkse routine leven en daar voldoening in vinden. Jarmusch zou Jarmusch niet zijn als hij daar geen poëzie in zag. Paterson is het eerbetoon aan de doorsneemens, een welkome afwisseling van al die films over bijzondere individuen die we gewend zijn.

Die man die in Paterson elke avond de hond uitlaat, draagt dezelfde naam als de film en woont bovendien in de gelijknamige stad in New Jersey. Jarmusch volgt hem gedurende één week van zijn leven. De week begint op maandag, als hij 's ochtends opstaat, ontbijt en naar zijn werk gaat. Als buschauffeur vervoert hij normale mensen die over ordinaire dingen praten. Tussendoor wijdt hij zich aan zijn hobby, de dichtkunst. 's Avonds keert Paterson huiswaarts richting zijn ondernemende vriendin, die in tegenstelling tot hem diverse toekomstplannen koestert. Na het avondmaal gaat hij op stap met de hond en bezoekt hij de plaatselijke bar waar hij zich laaft aan één biertje, alvorens weer vroeg naar bed te gaan. Zie daar een dag uit Patersons leven, die Jarmusch aan aantal keer herhaalt, met slechts minieme variaties op de sleur van alledag. Saai? Feitelijk wel, maar om die saaiheid terug te zien op het witte doek is verfrissend, zeker als het ook nog weet te boeien.


Die fascinatie is hoofdzakelijk de verdienste van de hoofdrolspelers. Adam Driver mag dan recentelijk nog de rol van een grote schurk in de laatste Star Wars hebben vertolkt, hier is hij een doodgewoon mens met alledaagse beslommeringen, net als zijn publiek. Driver weet ons prima mee te sleuren in Patersons doen en laten door hem van een puike balans tussen burgerfatsoen, brave speelsheid en sympathie te voorzien. Er gebeurt weinig in zijn leven, maar daar zit hij ook helemaal niet op te wachten. Hij is gelukkig met zijn simpele bestaan. Daar tegenover plaatst Jarmusch zijn energieke vriendin Laura, die elke dag wel een nieuw plan bedenkt om haar stempel op de wereld te drukken. De ene dag wil ze een beroemde gitariste worden, de andere een gevierd kunstenares. Tegelijkertijd tracht ze Paterson, tegen diens zin in, te stimuleren zijn gedichten te publiceren, ook al schrijft hij ze puur voor zijn eigen vermaak. De Iraanse Golshifteh Farahani geeft Driver effectief tegengas in de rol van zijn kwieke wederhelft en de chemie tussen beiden zindert van de herkenbaarheid.

Van veel vaart of spanning moet Paterson het dus niet hebben. En daar is het Jarmusch nou precies om te doen. Er zijn immers al talloze films waarin zoveel gebeurt dat het mensen nodeloos opjaagt. Met Paterson bewerkstelligt hij juist het tegenovergestelde: fascinatie voor de dagelijks terugkerende nietszeggendheid die het leven van de meeste mensen typeert. En daardoor erkennen we dat de routine die Paterson zo dierbaar is (alsmede die van onszelf) eigenlijk voortdurend onder vuur ligt. Als Laura zijn sleur poogt te doorbreken door een experimenteel gerecht op te dienen, is hij zichtbaar onthutst. Een herkenbare situatie, maar vergelijkbaar met een plottwist in een thriller. En zo gaat het door. Dinsdag wordt Paterson op straat aangesproken door ongure sujetten. Woensdag wordt hij in de bar geconfronteerd door een verward persoon met een neppistool. Op vrijdag begeeft zijn bus het. En het dieptepunt van de week vormt uiteraard de emotionele climax van de film. Al heeft het hier geen grootscheepse consequenties, het dagelijkse leven is allerminst saai, maar doorspekt van kleine afwijkingen en toevalligheden die in de handen van Jarmusch tot een beklijvend geheel worden gedicht.

Want dichten, dat is wat Jarmusch voor ogen heeft met Paterson. Zoals de hoofdpersoon poëzie schrijft over alledaagse dingen als lucifers of regen, zo rijmt Jarmusch die dagelijkse gang van zaken aaneen tot een cinematische lofzang op de banaliteit van het bestaan. Daarbij bedient hij zich van de voor hem gebruikelijke minimalistische toon, met een rustige camera, zonder aandachttrekkerige of opzwepende stijlmiddelen. Samen met de gevatte dialogen, de dromerige montage en de schilderachtige weergave van de stad uit de titel - oud en vervallen, maar toch bruisend en vol karakter - levert dat een gedicht in beeldvorm op, een hommage aan al die mensen die simpelweg hun leven leven, maar zo zelden in films worden geportretteerd omdat er niets over ze te vertellen zou zijn. Met Paterson bewijst Jarmusch dat ook normale levens interessante films kunnen opleveren. Die Chinese keizers en vergelijkbare grootse figuren krijgen immers al genoeg aandacht op het witte doek.

zondag 5 februari 2017

Today's Review: To Stay Alive - A Method




Bent u een kunstenaar en ziet u het allemaal niet meer zitten? Meent u dat de harde maatschappij uw creatief genie miskent en staat u op het punt er de brui aan te geven? Hou nog even vol, want uit zulke wanhoopsgevoelens komt de fraaiste kunst tot stand. Aldus menen Michel Houellebecq en Iggy Pop, die dit station van radeloosheid al gepasseerd zijn. Met de sympathiek optimistische semidocumentaire To Stay Alive - A Method steken zij hun collega-kunstenaars een hart onder de riem. Dat lijden, zo stelt het duo, is een essentieel onderdeel van de kunsten en drijft de vasthoudende artiest juist naar nieuwe hoogtes. "Lijden is goed, lijden is nuttig."


Het is een conclusie die schrijver Houellebecq al in 1991 trok in zijn essay Rester Vivant - Méthode. Ten tijde van schrijven werd hij evenzeer geplaagd door levensmoeheid als de beoogde lezersdoelgroep: de onbegrepen kunstenaars. Na het felle antimaatschappelijke stuk, waarin hij vooral ageerde op de zere wonden van de onbegripvolle samenleving te blijven drukken, brak Houellebecq alsnog door. Tegenwoordig wordt hij gezien als een creatieve duizendpoot, werkzaam als filosofisch auteur, dichter, toneelschrijver en cineast en populair onder een opvallend groot publiek. Dat was hij allemaal niet geweest als hij er destijds een einde aan had gemaakt. En als het hem lukte, waarom zou hetzelfde dan niet mogelijk zijn voor andere kunstenaars?

Muzieklegende Iggy Pop las diens essay en trok dezelfde conclusie, omdat hij in Houellebecqs relaas ook zijn eigen levenspad herkende. Ook Pop, nu gezien als de vader van de punkrock, dreigde er in een grijs verleden ooit mee te stoppen, maar bleef volharden te midden van alle waanzin, overtuigd van zijn muzikaal gelijk. Eveneens met groot succes. Pop en Houellebecq bleken geestverwanten en hun wederzijdse bewondering leidde al eerder tot een toenadering, toen Pop een aantal nummers schreef voor een documentaire over de schrijver. Die film werd geregisseerd door de Nederlander Erik Lieshout. Met diens pseudodocumentaire To Stay Alive - A Method is de cirkel nu rond en brengt Lieshout schrijver en zanger nog dichter bij elkaar. 'Pseudo', want de film is zowel een toneelstuk als een op feiten gebaseerd verhaal. Het is echter hoofdzakelijk een kunstzinnig pamflet.



Het gespeelde element van To Stay Alive - A Method bestaat uit de ontmoeting tussen de twee grootheden, waarin Pop zichzelf speelt maar Houellebecq de rol van de fictieve kunstenaar Vincent op zich neemt. Een schijnbaar mislukte artiest die in eenzaamheid aan zijn meesterstuk werkt in het huis van zijn grootouders en met een bezoek van Pop, die Houellebecqs boodschap ter harte neemt, wordt aangespoord om vooral door te zetten. Tussendoor leest Pop met zichtbaar enthousiasme voor uit het werk van de schrijver en richt hij zich bevlogen direct tot het publiek. Degenen die menen dat Pop en Houellebecq een uitzondering op de regel vormen in de annalen van de kunsten en het heus nog niet zo eenvoudig is als het essay verkondigde, komen bedrogen uit, want Lieshout heeft nog meer noten op zijn zang. Hij interviewt drie volslagen onbekende kunstenaars die een soortgelijke achtergrond van lijden kenden, maar uit het dal van de gekte zijn opgekrabbeld. Dichters met een psychiatrische achtergrond die niet opgaven en ondanks alles er bovenop kwamen, en daardoor hun beste werk naar boven brachten. Door de portrettering van dit drietal plaatst Lieshout de twee grootheden op gelijke voet met hun talloze onbekende collega's die net als zijzelf worstelden, of nog steeds worstelen, met de minachting van de maatschappij maar zich daardoor niet lieten tegenhouden. Daarmee illustreert hij uitstekend Houellebecqs punt. Hoewel bekende namen blijken de twee sterren immers eveneens verlegen, alledaagse mensen en dat maakt hen net zo aandoenlijk als hun roemloze tegenhangers.

Wat niet wegneemt dat ze wel degelijk charisma kennen. Zeker Pop weet onze aandacht er volledig bij te houden als hij het essay citeert, want zijn van levenservaring doorgroefde stem werkt betoverend. Daarmee helpt hij de 'tegeltjeswijsheid' die To Stay Alive - A Method soms dreigt te typeren op afstand te houden. Want voor elke fraaie uitspraak als "to learn to become a poet is to unlearn how to live" volgt er een fletser geval als "het universum is als een discotheek". Pop komt er wel mee weg. Toch is het jammer dat we vooral van zijn verleden als lijdend voorwerp amper achtergrond meekrijgen. Hoe zat het dan voorheen met diens creatieve smart? Voor een film van amper zeventig minuten maakt Lieshout er helaas weinig woorden aan vuil. Voorkennis lijkt vereist. Maar het draait voor Lieshout bovenal om Houellebecqs boodschap, en die wordt vanuit voldoende standpunten belicht, zonder enig cynisme. Een kunstenaar in de put heeft daar ongetwijfeld voldoende aan en kan na het zien van To Stay Alive - A Method met hernieuwde hoop aan de slag.